Interview - Juanita Onzaga ('The Jungle knows you better than you do')

De van oorsprong Colombiaanse documentairemaakster Juanita Onzaga (°1991) studeerde vorig jaar af aan Sint-Lukas in Brussel. Haar hybride documentaire The Jungle knows you better than you do leverde haar een VAF Wildcard op ter waarde van veertig duizend euro. Ondertussen vroeg Canvas haar om een korte docu te maken voor hun 4x7-reeks, al moest ze haar montageperiode versnellen zodat ze op tijd richting de Berlinale kon vertrekken. Daar werd haar film geselecteerd binnen de Generation 14plus-sectie (en won er uiteindelijk een Special Jury Prize!). Drukke tijden.

In haar documentaire The Jungle knows you better than you do maakt ze als zus een audiovisueel relaas over haar broer en diens zoektocht naar hun vermoorde vader. De film levert complexe existentiële vraagstukken op. Het resultaat is een prachtige film, die danst op de dunne lijn tussen docu & fictie, leven & dood, maar ook magie & realiteit. Een gesprek.

***

Je nieuwe documentaire gaat Our Song to War heten. Vertel?
ONZAGA:  Het is een korte documentaire die ik gedraaid heb voor de Canvasreeks '4x7'. Oorspronkelijk had ik daar iets meer tijd voor ingerekend, maar toen kwam het nieuws dat mijn masterfilm geselecteerd werd voor de Berlinale, dus de tijd werd toch net iets krapper. De draaiperiode was in ieder geval fantastisch. Het is opnieuw een soort hybride documentaire geworden, alhoewel deze meer documentaire is dan The Jungle knows you better than you do (de masterfilm van Juanita, nvdr).

We hebben gedraaid in Bojaya, één van de mooiste plekken van Colombia, vlakbij de kustlijn langs de Grote Oceaan. Het is de plek waar vijfhonderd jaar geleden de Afrikaanse slaven zijn toegekomen in het land. Daar leeft nu een erg actieve Afro-Colombiaanse gemeenschap. Bojaya heeft het grootste bloedbad in de Colombiaanse oorlog gekend en werd door de overheid eigenlijk helemaal vergeten. Recentelijk pas heeft de regering een vredesakkoord ondertekend met de guerrilla. De mensen in die regio hebben een hele specifieke om met de dood om te gaan. Hun rituelen en liederen zijn uniek. Het is erg belangrijk om juist met de doog om te gaan; we moeten kunnen vergeven en doorgaan. De mensen in Bojaya hebben de hel meegemaakt en leven nu zo vredig en kalm, zoiets is echt uitzonderlijk. Die wedergeboorte na de oorlog wou ik graag vastleggen.  

 


Still uit The Jungle knows you better than you do (dir. Juanita Onzaga)

 

Krijg je zoiets verteld in zeven minuten?
ONZAGA: (lacht) Ik heb de tijdslijn van de montage openstaan terwijl ik met je zit te praten. Eigenlijk moet ik die sluiten, dat is beter voor mijn gemoed. Ik ben me die vraag namelijk al twee dagen aan een stuk aan het stellen. (pauze) Ik heb een montage gemaakt met alles wat ik erin wou en die duurde twaalf minuten. Het is dus een erg moeilijke oefening. Maar het leuke aan deze film is dat de ruwe beelden aan mij toebehoren. Momenteel maak ik dus die montage voor Canvas af, zeven minuten en niet langer. Daarna ga ik een soort van director’s cut maken die ik kan inzenden naar festivals.

Je masterfilm - The Jungle knows you better than you do - is een autobiografische hybride documentaire geworden. Waarom hybride?
ONZAGA: De 'hybriditeit' is vooral aanwezig in de mise-en-scene. Zeker het magisch-realistische einde spreekt voor zich.
Het klopt dat het een autobiografische film is, maar net omdat het zo persoonlijk wordt, probeer ik dat open te trekken. Wat ik probeer te doen met de mensen waarmee ik samenwerk, is de film op een bepaalde manier ook ‘van hen’ maken. Zodat het ook het verhaal van de monteur wordt, van mijn assistent, etc. Alles wat zij erin hebben gestoken, is nauw verwant met de ziel van de film. Ze werden op voorhand al geraakt door het scenario, maar ze hebben zich elk op een erg persoonlijke manier met de film verbonden. Daar zijn we dan als team mee beginnen spelen.

Hoe hard lijkt het scenario nog op wat nu het eindresultaat is?
ONZAGA: Eigenlijk lijkt het scenario van mijn documentaire erg op dat van een fictiefilm, al is het uiteraard wel gebaseerd op de personages waarover ik wou vertellen. Het had ook al die opzet van een realiteit die langzaamaan vervaagt en eindigt in een vreemde, spirituele sfeer. Het magische einde heb ik dus wel vanaf het begin zo geschreven. Een einde waarvan je niet goed weet wat je ziet, al laat je het wel toe, door de trip die de film is.
Anderhalve maand voor we zijn beginnen draaien, heb ik het scenario ook herschreven, op basis van wat er zich op dat moment afspeelde in het leven van mijn broer. Dat is opnieuw die 'hybriditeit' die erbij komt kijken. Uiteindelijk lijkt het wel alsof ik het scenario door de blender heb gehaald, dat wel. (lacht)

Hoe verloopt de samenwerking dan met je onderwerpen?
ONZAGA: Wat ik zo geweldig vind aan documentaire, is de grote vrijheid en de kans op improvisatie. Als ik aan het casten ben, ben ik meer op zoek naar een personage, zodat ik daarmee een spel kan spelen. Dat levert doorgaans heel veel onverwachte dingen op. Zeker tijdens het draaien van Our song to war was dat het geval. Ik filmde toen vier kinderen, die me constant dingen aanreikten die ik nooit van tevoren had kunnen bedenken. Simpelweg omdat ik die dingen niet ken; ik kom niet van waar zij komen, ik heb niet geleefd waar zij leven. Je kan nog zoveel research doen als je wil, elk persoon heeft iets in zich waar je mee kan spelen en dat je pas ontdekt tijdens het maken van de film.
Dat interesseert me op dit moment het meest. Misschien komt er wel een dag waarop ik dat beu raak, wanneer mijn onderwerpen niet meer invullen wat ik wil zien, dan zal ik me op fictiefilm storten. (lacht)

 


Juanita met de VAF Wildcard voor Documentaire (twv €40 000,-).

 

Heb je een goede relatie met je broer?
ONZAGA: Voor ik begon te schrijven aan mijn film, was de relatie met mijn broer niet geweldig. Hij had als tiener erg veel problemen, waardoor we een lange tijd niet met elkaar hebben gepraat. Pas toen die problemen waren opgelost, wist ik dat weer vrienden konden worden.  De catharsis van onze relatie was echt het schrijfproces. De film heeft ons zeker dichterbij gebracht: we hebben keivaak en keihard gelachen tijdens het draaien.

Je film is erg spiritueel, hoe komt dat?
ONZAGA: Colombia is een erg religieus land, maar toen mijn vader stierf ben ik gestopt met geloven in het katholicisme. Sindsdien zijn mijn broer ik en op zoek naar andere manieren van geloof of spirituele wegen om leven en dood in te kaderen. We hebben betekenis gevonden in een erg grote vorm van spiritualiteit, één die beïnvloed is door het Colombiaanse sjamanisme, maar ook deels door het hindoeïsme en het boeddhisme.
In The Jungle knows you better than you do heb ik geprobeerd zo universeel mogelijk over die spiritualiteit te praten, door naar geen enkel specifiek geloof te refereren. Het gaat vooral over "aanwezigheden" zoals iedereen in Colombia erin gelooft; sommigen op een katholieke manier, anderen dan weer op de 'sjamaanse'. We delen die spiritualiteit uiteindelijk allemaal, zelfs diegene die er niet in geloven. Ook zij voelen dat het zou kúnnen, ze voelen het potentieel. Dat is voor mij het belangrijkste thema van de film: de verbinding met spiritualiteit, zonder een religie te hebben.

Van wat ik leer uit je film, is het erg belangrijk om bovendien je roots niet te verloochenen.
ONZAGA: Ik vind het van cruciaal belang dat je begrijpt waar je vandaan komt en daar blijft aan denken. Je familie is immers je afkomst, daarvan is je bloed gemaakt. Eén van de oorspronkelijke redenen waarom ik deze film wou maken, is omdat ik terug wou verbinden met mijn thuisland. Mijn familie vertelt zoveel over wie ik ben op dit moment. Het is de basis waarop iedere persoon staat; het is je fundament. Als je niet weet wat die basis is, dan kan je onmogelijk weten wie je bent.
Als je een verleden met je meedraagt, hoe ga je daar dan mee om? Hoe bevrijd je jezelf daarvan? Je accepteert het, je transformeert het in iets moois. Zo transformeerde ik de dood van mijn vader of het feit dat ik uit Bogotá ben wegegaan beiden in iets schoons. Dat maakt me tot wie ik ben, ook daar gaat de film heel hard over.

 


Juanita (met camera) op de set van The Jungle knows you better than you do.

 

Waarom ben je uit Bogotá weggegaan?
ONZAGA: Ik hou van én ik haat Bogotá. Elke dag kan ofwel als het einde van de wereld aanvoelen, of het kan de beste dag van je leven zijn. Zo is het daar. Telkens ik daar op bezoek ben, voel ik dat heel hard: wanneer ik naar buiten stap, blijft het afwachten. Het kan alle kanten op, dat is iets positiefs en negatiefs tegelijk - vind ik. Er zijn veel zaken aan de Colombiaanse maatschappij die erg giftig zijn, het klassensysteem is er daar één van. Bovendien is het in Colombia erg moeilijk om van een artistieke job te leven. Het is ook een hele grote macho-maatschappij. Als hardwerkende, artistieke vrouw ben je eigenlijk al meteen ter dood veroordeeld. (lacht)
Oorspronkelijk wou ik Literatuur gaan studeren in Frankrijk. Maar toen ik daar werd aangenomen, werd ik verliefd op een jongen uit België. Op cinema was ik al verliefd en toen speelde ik met het idee om filmschool te proberen. Ondertussen durf ik zeggen: Brussel is mijn thuis. Ik vind in Brussel alles wat ik nodig heb om gelukkig te zijn. Terwijl ik in Colombia heel veel inspiratie krijg, heb ik die afstand nodig om over mijn eigen verhalen te reflecteren. Waarschijnlijk maak ik binnenkort ook wel eens een film over België in België met echte Belgen. (lacht)

Hoe is het dan eigenlijk gesteld met de cinema in Colombia?
ONZAGA: Sinds de laatste vijf, zes jaar is er een soort van nieuwe, jonge golf van supersterke arthouse regisseurs opgestaan. Er bestaat nog geen naam voor de golf, maar die komt vast wel. Colombiaanse films zijn echt aan het boomen. Kijk maar naar de laatste vier filmfestivals van Cannes: er zat steevast een Colombiaanse film bij, ofwel binnen de kortfilms, ofwel binnen de Un Certain Regard-selectie.
Er is ook de FDC, een beetje de Colombiaanse versie van het VAF, die steunen financieel heel veel projecten. Daardoor gebeuren er ook veel nieuwe dingen. Er is eindelijk een industrie die aan het groeien is binnen de arthouse cinema. Ondertussen wordt FICCI (het grootste Zuid-Amerikaanse filmfestival, nvdr) steeds groter en internationaler. Het is erg interessant om die verandering van dichtbij te volgen.

Zie je jezelf eerder als regisseur of als cameravrouw?
ONZAGA: Allebei. Aan het IAD heb ik geleerd hoe ik een hele goede director of photography kan worden. Ik heb er leren observeren en het oog van de camera gebruiken. Als DOP heb ik veel samengewerkt met masterstudenten van Sint-Lukas en dat vond ik geweldig. Die studenten waren zó vrij, leefden keihard in hun eigen universum. Ik voelde heel erg het plezier van het vertellen door hen: elk verhaal was heel eerlijk, het kwam uit het diepste van de regisseur. Dat wou ik ook doen.
Als ik in de toekomst een groter project aanga, zal ik sowieso proberen samen te werken met een hele goede cameraman of -vrouw. Eén die ik erg vertrouw.

Is je volgende stap de Wildcard?
ONZAGA: Niet meteen. Waarschijnlijk draai ik eerst nog een kortfilm tussendoor. Voor de Wildcard-film wil ik de camera graag uit handen kunnen geven en misschien moet ik eerst eens proeven hoe dat smaakt, vooraleer ik dat toelaat. Ondertussen schrijf ik ook aan een langspeelfilm, misschien gebruik ik de Wildcard daar wel voor. We zullen zien. Als het meer heeft dan een kortfilm, dan maak ik er iets langs van. Dat vind ik het leukste: schrijven zonder erbij stil te staan over hoe iets uiteindelijk zal worden. Of hoe lang.

***

Bekijk hier de trailer van The Jungle knows you better than you do.

 

Niels Putman