Interview - Frederike Migom (Si-G)


Frederike Migom - © Kim Vlaeminck

 

Frederike Migom heeft een bijzonder internationaal parcours achter de rug. Na een acteeropleiding in New York en een filmopleiding in Parijs woont Migom ondertussen al zeven jaar in Brussel. De regisseur-actrice leeft van de multiculturele energie die metropolen haar bieden. Met kortfilms als Malakim, Adam & Everything en Nkosi Coiffure wist Frederike reeds menig kijkers te overtuigen. Het is dus geen wonder dat haar korte docu Si-G (vorige week al te zien op het Jeugdfilmfestival en binnenkort officieel in première) & langspeler Binti (in ontwikkeling) druk geanticipeerd worden. Tijd voor een stand van zaken.

***

Waarom zitten we voor dit interview op een zonnig terras in Berlijn, alweer zo'n metropool?
MIGOM: Ik ben door het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) genomineerd om deel te nemen aan het CineKid Script Lab. Dat is een intensief schrijfprogramma voor scenaristen van kinder- en jeugdfilms. Er wordt een internationale groep van scenaristen en coaches samengesteld om tijdens twee workshops het scenario van het geselecteerde project op punt te zetten.
De eerste workshop heb ik reeds doorlopen. Die vond plaats in Amsterdam tijdens het Cinekid Festival in oktober. Nu is de tweede workshop in Berlijn. Het is een boeiend initiatief dat pas sinds 2014 bestaat. Het principe is eigenlijk simpel: je leest één scenario van iemand anders en een andere genomineerde scenarist leest dat van jou. Ook krijg je een individuele coach toegewezen. Bij mij is dat de gelauwerde Nederlandse scenariste Mieke De Jong (Lena, Oorlogswinter), waarvoor ik heel veel bewondering heb. Het Cinekid Script Lab zorgt voor erg waardevolle feedback waarmee ik de laatste structurele stap kan zetten in het scenarioproces voor mijn eerste langspeler Binti.
 

Vertel: wie is Binti?
MIGOM: De Congolese Binti is een twaalfjarig meisje die al heel haar leven in België woont. Ze droomt van een leven als bekende YouTube-vlogger. Wanneer zij en haar papa Jovial echter worden uitgewezen, ziet Binti maar één oplossing: haar papa moet trouwen met de mama van de Belgische Elias.
Het wordt een universeel verhaal over een kind dat wordt beroofd van zijn capaciteit om toekomstplannen te maken, met als enige reden een status op papier. Binti is opgegroeid in België, spreekt de taal en is gepokt en gemazeld in de Belgische cultuur. Het nieuws dat ze naar een land moet waar ze eigenlijk zo goed als niets van afweet, slaat natuurlijk in als een bom. Binti leeft in extreme onzekerheid en kan zo moeilijk haar dromen verwezenlijken.
 

Het is haast onmogelijk om geen parallel te zien in jouw persoonlijke parcours en de synopsis van je langspeelfilm. Na je acteeropleiding werd je namelijk weggestuurd uit Amerika…
MIGOM: Ik snap de analogie, maar eigenlijk is het zelfs gemeen om dat te vergelijken. Na mijn acteeropleiding moest ik inderdaad weg uit Amerika, omdat mijn visum niet meer in orde was. Maar ik had ook geen enkel plan ontwikkeld om daar te blijven. Als je nog zo jong bent, is het gewoon extreem moeilijk om een stabiel pad uit te stippelen. Mijn geprivilegieerde situatie is onmogelijk te vergelijken met wat Binti overkomt. Het is gewoon hallucinant dat een doodnormaal kind met dromen zo gedwarsboomd wordt.
 

Na een acteeropleiding volgde een filmopleiding in Parijs. Vanwaar opnieuw de keuze voor een internationale metropool?
MIGOM: Toen ik veertien was, had ik al het gevoel dat België niets voor mij was. In Parijs ontmoet je filmstudenten van over de hele wereld. Al die verschillende perspectieven zorgen voor een ongelooflijk boeiende ervaring. Langs de andere kant betekende dat ook dat ik weinig mensen kende in België toen ik terug in Brussel kwam wonen. Het heeft enkele jaren geduurd om ook hier weer een netwerk op te bouwen.
Al heb ik absoluut geen spijt van mijn nogal ongewoon parcours. Voor mij voelt Brussel ook heel internationaal aan; het is zo fijn om met al die verschillende culturen samen te leven.

 


Still uit Si-G, de korte documentaire van Frederike Migom.

 

Je documentaire Si-G, over een dertienjarige rapster uit Molenbeek, werd tijdens het afgelopen Jeugdfilmfestival voor het eerst aan het grote publiek getoond. Vanwaar ineens de goesting om een documentaire te maken over zo’n ongewoon onderwerp?
MIGOM: Goh, dat is een beetje per ongeluk gegaan eigenlijk. Ik had Si-G leren kennen en had meteen het gevoel dat ik iets met dat meisje moest doen. Eigenlijk had ik rond haar een kortfilm geschreven, maar het is me niet gelukt om daar financiële steun van het VAF voor te krijgen. Ongeveer op hetzelfde moment was ik in Amsterdam op het Internationaal Documentaire Film Festival (IDFA) en woonde daar een conferentie bij over jeugddocumentaire. Het fenomeen was me daarvoor eigenlijk onbekend, maar het greep wel meteen mijn aandacht.
Toen het VAF-dossier voor de kortfilm om steun te verkrijgen geweigerd werd, ben ik Si-G blijven volgen. Ze leerde toen een rapper uit Brussel kennen die met haar een muzieknummer wou opnemen. Er was dus voldoende stof en de IDFA-conferentie bleef door mijn hoofd spoken. Dan heb ik beslist: ik maak gewoon een documentaire.
 

Blijft er nog wat over van de kortfilm in de uiteindelijke documentaire?
MIGOM: Neen. De kortfilm is totaal weg. Haar eigen verhaal is gewoon veel boeiender.
 

Waarom vind je het leven van een dertienjarig rappend meisje zo interessant?
MIGOM: Si-G rapt vanuit een bepaalde urgentie. Technisch had ze oorspronkelijk eigenlijk weinig tot geen basis. De muziek is voor Si-G een bepaalde manier om haar problemen te veruitwendigen. Die problemen zijn – helaas –  veelvuldig aanwezig in haar leven. Sociaal-maatschappelijk heeft ze het jammer genoeg niet zo getroffen. Het is intrigerend om te zien hoe iemand in zo'n moeilijke situatie toekomstplannen maakt en dromen tracht na te jagen.
 

Wat is de rol van een regisseur in een documentaire voor jou?
MIGOM: Dat was voor mij ook een hele ontdekkingstocht. Ik heb ervoor gekozen om niets te ensceneren, maar ook in documentaire moet je toch een dramatisch interessant verhaal vertellen. Je moet bijvoorbeeld voor het VAF een dossier schrijven waar je een scenario aan moet toevoegen. Dan denk ik bij mezelf: ik weet toch ook niet wat er gaat gebeuren... Als regisseur moet je kunnen anticiperen op wat er zou kúnnen gebeuren. Een groot inschattingsvermogen is dus vereist. Echt alles gaan sturen is toch niet mogelijk.
 

Wil je met jouw film ervoor zorgen dat Si-G extra bekendheid verwerft?
MIGOM: Ze heeft nu al een nummer gemaakt met een videoclip die reeds 14 000 keer bekeken is. Laat ons duidelijk zijn: de documentaire gaat niet over 'meisje helpt kind'. De Brusselse rapper waarmee Si-G een nummer heeft gemaakt is voor haar een heel grote hulp geweest. De film focust echt op het creatief proces dat Si-G doormaakt met hem. Voor het eerst in haar leven had ze het gevoel dat ze écht iets kan.
Si-G hoort namelijk al heel haar leven dat ze dingen niét kan. Ze wou bijvoorbeeld graag politieagent worden, maar dat werd haar afgeraden door de juf. Haar niveau zou te laag liggen om het te schoppen tot agent. Doorprik je als juf of opvoeder dan de droom van een jong kind of ben je realistisch? Dat is een interessant vraagstuk.
 

Het sociaal-maatschappelijke aspect is duidelijk belangrijk voor jou. Je kortfilm Nkosi Coiffure speelt zich af in de Matonge-wijk, ook wel het ‘Kleine Zaïre’ van Brussel genoemd.
MIGOM: Grappig dat je dat zegt. Ik zie Nkosi Coiffure totaal niet als een sociaal-geëngageerde film. Het gaat wel over gender- en culturele diversiteit, maar in wezen is het een film over een onvoorziene ontmoeting. Al vind ik het wel prima dat de film ondertussen die status van sociaal-maatschappelijke film heeft verworven.

 


Frederike Migom op de set van haar kortfilm Nkosi Coiffure.

 

Misschien moeten wij, recensenten & journalisten, gewoon stoppen met een constante te zoeken in het oeuvre van een filmmaker?
MIGOM: Dat weet ik niet. Misschien is het sociaal-geëngageerde toch wel onbewust steeds aanwezig in mijn werk. Dromen blijkt ook nogal een belangrijk thema te zijn bij mij. Bij Nkosi Coiffure uit zich dat bijvoorbeeld in het feit dat de vrouw geconfronteerd wordt met de realiteit van haar leven, die sterk contrasteert met vroegere verwachtingen. Als jonge filmmaker ben je volgens mij hoe dan ook nog op zoek naar persoonlijke thema’s waar je het meest mee kan.
 

De Afrikaanse cultuur die terugkomt in Nkosi Coiffure en Binti kunnen we daar dan ook nog aan toevoegen?
MIGOM: Inderdaad. De Afrikaanse cultuur fascineert mij enorm. Enerzijds omdat we bijvoorbeeld de Congolose cultuur alleen al niet kunnen negeren in ons land. Anderzijds is mijn vader in Congo geboren en mijn broer in Senegal gestorven. Sindsdien is er in heel mijn familie een soort van bizarre band met het gehele continent.
 

Je bent zowel actrice als regisseur. Beschouw je die dubbele achtergrond als een voordeel?
MIGOM: Ik heb niet het gevoel dat ik een betere regisseur ben omdat ik een acteursopleiding heb gedaan. Wel ben ik meer bezig met de acteurs dan met het visuele aspect van film. Na veel gezamenlijke voorbereiding, laat ik op de set de DOP meestal gewoon zijn gang gaan. Het spel geeft mij als regisseur bovendien het meeste plezier.
 

Draagt één van beide vakken (actrice/filmmaakster-regisseur) jouw voorkeur weg? Hoe zie je jouw toekomst?
MIGOM: Als actrice heb ik gewoonweg nog maar heel weinig écht interessante dingen gedaan. Als filmmaker ben je vanaf het begin met iets bezig waar je volledig achter staat. Je hoeft niet te zitten wachten op een scenarist-regisseur die iets schrijft waar je voor geschikt bent, laat staan gekozen wordt.
Het zijn hoe dan ook volledig verschillende vakken. Als acteur moet je volledig uit je comfortzone stappen en jezelf heel kwetsbaar opstellen. Dat geeft een ongelooflijk contrast met je rol als regisseur. Als kapitein van het schip moet je weten wat je wil en erg zelfverzekerd overkomen. Daarom zie ik mezelf bijvoorbeeld niet acteren en regisseren tegelijkertijd.
Ik heb veel facetten van het filmproces doorlopen. Naast acteren heb ik ook nog productie en casting gedaan. Maar als regisseur-scenarist ben je toch bij de meeste fases betrokken. Na de eenzaamheid van het schrijven, komt het sociale leven op de set. Het is toch zo’n heerlijk beroep!

***

Migoms korte documentaire Si-G gaat op 21 maart in Brussel in première, hier vind je meer info over het event.

 

Jannes Callens