Interview - Eva van Tongeren (Visite Film Festival)

Voor de vierde keer al nodigt collectief De Imagerie filmmakers uit in het Antwerpse kunstenhuis Het Bos. Tijdens Visite Film Festival staat de filmauteur centraal: die brengt eigen werk mee, aangevuld met een andere audiovisuele inspiratiebron. Het publiek wordt uitgenodigd om (vrijblijvend) eerst te dineren (elke avond verse pasta!) en vervolgens te kijken, te luisteren en te beleven. Van 22/2 tot 3/3 in Het Bos.

Eén van de drijvende krachten achter het Visite Film Festival is Sint-Lukas-alumnus en regisseur/curator Eva van Tongeren, die met haar afstudeerfilm In Frankrijk zijn geen walvissen een Wildcard Filmlab won. Terwijl ze zelf in de laatste fase van de afwerking van haar nieuwste film zit, popelt ze om terug de deuren van Het Bos open te zetten en mensen te laten proeven van het werk van haar collega’s.

 

***

 

Loopt alles volgens plan?
EVA: De vorige edities zijn altijd heel fijn geweest, met elke avond voldoende mensen, maar ik vind het steeds opnieuw zeer spannend.

‘De Imagerie’ werd in 2015 opgericht, als collectief dat films maakt, films vertoont en koffie brandt. Hoe ben jij daarin gerold?
EVA: Ik ben er samen met Anne (Reijniers, regisseur van o.a. Échangeur - nvdr) rond 2016 in de zomer bijgekomen, toen we de eerste Visite organiseerden. We hadden toen allemaal, los van elkaar, de nood om meer films te vertonen. Daaruit is Visite gevloeid en na de eerste succesvolle editie zijn we beide vast in dienst bij De Imagerie. Mijn taak is voornamelijk films maken en Visite helpen organiseren.

Tien dagen lang; elke avond een andere combinatie films. Cureren jullie dan ook echt als groep?
EVA: We cureren in principe collectief, maar ik ben wel degene die het het meeste trekt, simpelweg omdat ik er het meeste plezier uit haal. We hebben een aantal pijlers voor onszelf uitgestippeld. In eerste instantie draait Visite erom dat de makers ook effectief langskomen; ze komen hun film voorstellen en brengen inspirerend werk mee. Het is dus belangrijk dat onze invitees niet van te ver komen, anders is dat niet mogelijk. We kijken bijgevolg vooral naar filmmakers in België en de omringende landen.

Ten tweede vinden we het ook belangrijk dat er steeds een student, of een jonge filmmaker, in de line-up zit, omdat we die graag een platform willen geven. Persoonlijk vind ik het ook belangrijk dat er altijd een evenwicht is tussen vrouwen en mannen. Daar houden we bewust rekening mee bij het uitnodigen van de makers. Maar de films die ze zelf meebrengen, daar hebben we uiteindelijk weinig invloed op…

De uitgenodigde makers krijgen verder volledige vrijheid?
EVA: In principe wel, maar we sturen hen lichtjes om vat te hebben op de tijdsduur. Uit ervaring weten we dat als een avond echt heel lang duurt, mensen niet vrolijk naar buiten komen. Als een regisseur een langspeelfilm heeft gemaakt, wordt die meestal aangevuld met een kortfilm en vice versa.

Maar de film die ze uiteindelijk kiezen, dat staat vrij?
EVA: Wij focussen zelf vooral op experimentele, documentaire en politieke cinema omdat dat is waar we zelf het liefst naar kijken. Visite ligt in een lijn van wat wij als collectief mooi of interessant vinden. Maar, bijvoorbeeld: Justine Cappelle (RITCS-student en regisseur van Maregrave - nvdr) die we deze editie uitnodigen, heeft gekozen om een fictiefilm van Pedro Almodóvar mee te brengen. Voor ons was dat een erg verrassende keuze. De film past in eerste instantie niet binnen ons idee van Visite, ondanks dat we de film allemaal graag hebben gezien. Haar keuze hebben we dan intern ook even besproken. Justine mailde ons op een heel toffe manier en maakte ons duidelijk hoe die film haar idee van film maken had veranderd en waarom ze daarom aan het RITCS was gaan studeren. Dat is voor ons het belangrijkste: Visite vertrekt echt vanuit een liefde voor cinema en uit een bewondering voor onze collega’s. Zij kon zo mooi spreken over waarom ze per se die film wou tonen, dus we konden gewoon niet anders dan die ook effectief te programmeren.

Je bent zelf ook regisseur. Denk je dat een regisseur anders cureert dan iemand die niet zelf ook films maakt?
EVA: Ik denk het wel. Ik ben zelf heel erg bezig met de keuzes die een regisseur heeft gemaakt; wat fascineert een maker precies, waarom kiest zij/hij voor die techniek, die vertelwijze? Auteurscinema is voor mij enorm belangrijk. Ik weet niet of dat per se te maken heeft met het feit dat ik zelf films maak, maar ik vind het wel waardevol wanneer een film erg persoonlijk is, dicht aanleunt bij de maker.

 


Maregrave van Justine Cappelle wordt op 28 februari vertoond tijdens het Visite Film Festival.

 

Hecht je tot op zekere hoogte daardoor ook meer aandacht aan de context van het werkproces, eerder dan aan de kwaliteit van het eindproduct?
EVA: Het klopt dat wij vaak geïnteresseerd zijn in het werkproces van de maker. Tijdens het nagesprek komen er vaak vragen terug over strategieën, methodes of werkwijze. We vinden het bijvoorbeeld interessant om op zoek te gaan naar de ervaringen tijdens het maakproces.

Voor mij persoonlijk is het cureren van het festival inspirerend voor mijn eigen werk. Ik laat me inspireren door de makers die we uitnodigen, maar ook door de gesprekken met het publiek. Misschien is in die zin het publiek net zo inspirerend als de makers. Maar ik vind het moeilijk om te antwoorden op de vraag of we als makers anders cureren dan als niet-makers, omdat we eerst makers waren en dan pas curator zijn geworden. Misschien is het ook meer een wisselwerking.

De filmauteur staat bij jullie duidelijk centraal. Hoe uit zich dat op zo’n avond?
EVA: De makers krijgen een avond toegewezen die ze kunnen invullen zoals ze zelf willen: niet alleen welke films er getoond worden, maar ook de volgorde van de films, het moment van het gesprek. Het voor- of nagesprek die avond is in die zin een even belangrijk aandeel van Visite. Vaak gaat de discussie over een film dan ook verder in de bar.

Het gaat om de totaalbeleving.
EVA: Absoluut, de ervaring van Visite is belangrijk: mensen komen aan, hebben de mogelijkheid om te blijven eten en daarna druppelen we langzaamaan allemaal naar boven. Het is die totaalervaring waarbinnen cinema bekeken kan worden en waarbinnen al dan niet een gesprek gestimuleerd wordt, waar we heel veel belang aan hechten.

Hoe past het kunstencentrum Het Bos binnen die puzzel?
EVA: De atmosfeer van Het Bos heeft een grote invloed op enerzijds hoe de makers zich voelen, anderzijds hoe het publiek ontvangen wordt. Er is bijvoorbeeld ook de Bosbar, die wij ook uitbaten: het draagt allemaal bij tot de scenografie. Het is belangrijk dat mensen zich op hun gemak voelen: dat heeft een groot aandeel in hoe mensen cinema ervaren.

Proberen jullie op die manier de laagdrempeligheid alsnog te bewaren, ondanks dat jullie misschien minder evidente, want vaak politieke, experimentele, documentaire cinema vertonen?
EVA: We zoeken naar manieren om ons festival en onze werking tot op zekere hoogte toegankelijk te maken - ook voor mensen buiten onze eigen kringen. Al zijn we niet bewust bezig met een soort van educatieve functie, integendeel. Ik geloof niet in termen zoals hoge of lage cultuur. Het is voor mij even waardevol wanneer iemand een film van Abbas Kiarostami gaat kijken in de cinema, terwijl zijn of haar partner die avond gaat genieten van een voorstelling Disney On Ice. Ik denk niet dat het per se nodig is dat we op een stichtende manier mensen een zekere cinefiele cultuur bijbrengen.

Is er in Vlaanderen te weinig aanbod aan het soort cinema dat jullie naar voor brengen?
EVA: Ik ben niet zo pessimistisch ingesteld over het Vlaamse filmlandschap. Er zijn heel veel mooie filmhuizen die allemaal een zeer gevarieerd en erg sterk programma brengen. Denk maar aan de Beursschouwburg (Brussel), Cinema Zuid (Antwerpen) en ook Cinema in DE Studio (Antwerpen) sinds kort. Volgens mij is er dus niet te weinig aanbod. Misschien dat het soms wat te versplintert is, maar ook dat vind ik leuk. Elke cinema heeft zijn eigen gezicht.

Ik voelde wel, voor we aan Visite begonnen, dat er heel veel films waren die ik supergoed vond, maar nergens meer opnieuw kon gaan zien. Vandaar dat de drang groot was om een eigen vertoningsmoment te organiseren. Visite gaat dus niet enkel over nieuwe films, maar ook over films die een festivalparcours al gehad hebben en waarvan wij het jammer vinden dat ze niet nog te zien zijn.

Je had het al over respect voor je collega’s. Je bent zelf ook filmregisseur en je hebt bijna een nieuwe film af?
EVA: Klopt. Er is nu een goede versie van mijn film, maar hij staat nog niet helemaal op punt. De film gaat in première in maart en ik heb pas sinds gisteren een definitieve titel. (lacht).

 


Still from afar/Van ver staat het stil, de nieuwe film van Eva van Tongeren, gaat eind maart in premiere.

 

Waarover gaat die dan?
EVA: Over een correspondentie die ik heb met iemand uit de gevangenis die vastzit voor zedenfeiten. We spreken over de dingen die ons bezighouden, over hoe ik me moet verhouden ten opzichte van hem en de dingen die hij heeft gedaan. Ik zie hem ook wel echt als mens en in de film beschrijf ik hem ook zo. Door onze brievenwisseling ben ik er achter gekomen dat we min of meer dezelfde dromen hebben, maar dat er voor hem weinig hoop is om die dromen ook werkelijk in te lossen. De film is bijgevolg een monoloog geworden, omdat het onmogelijk blijkt om met Thomas een connectie te maken. Via beelden ga ik op zoek naar iets wat ons verbindt.

Jullie corresponderen dus niet enkel via brieven?
EVA: Neen, ook via beelden. Ik stuur hem foto’s van dingen waar hij naar vraagt of dingen die mij ontroeren en die ik dus mooi vind. Daar gaat de film ook over. Enerzijds toon ik het publiek de beelden die ik voor hem maakte en ik spreek over onze correspondentie; echt vanuit mezelf en over hoe de vreselijke feiten die hij heeft gedaan bij mij binnenkomen.

Weet jij hoe Thomas er uit ziet?
EVA: Hij heeft één foto gestuurd, vrij snel al. Hij vond het fijn om te weten met wie hij schreef en hij vond het belangrijk dat ik ook wist met wie ik aan het schrijven was. In zijn eerste brieven heeft hij meteen verteld waarvoor hij vast zat. Uit ervaring met andere correspondenten had hij gemerkt dat die afhaakten zodra hij vertelde wat hij had gedaan. Terwijl hij net heel veel nood had om zijn verhaal te vertellen, omdat hij dat nog nooit in alle eerlijkheid kon doen. Volgens mij stuurde hij ook daarom meteen een foto: hij moest kunnen tonen wie hij was, en is. Maar ik heb nooit een foto van mezelf gestuurd.

Je praat vrij luchtig over je film, terwijl het toch om heftige materie gaat.
EVA: Ik ervaar het totaal niet luchtig, integendeel: ik vind het allemaal zeer heftig. We schrijven nu ruim twee jaar en het is soms makkelijker om over de film te praten en dat los te zien van onze effectieve dialoog. Dat is soms de enige mogelijkheid voor mij om aan de film te werken. Vaak gebeurt het dat ik een brief van hem ontvang en die enkele dagen moet laten liggen, omdat ik weet dat ik er niet klaar voor ben. Ik vermoed meteen dat ik er kwaad, radeloos of triest van zal worden. Ik moet elke brief voldoende tijd geven.

 

***

 

 

 

Visite Film Festival loopt van 22 februari tot en met 3 maart in Het Bos in Antwerpen. Onder meer John Smith, Fiona Tan en Sanaz Azari komen op bezoek. Elke avond is er de mogelijkheid om mee te eten: Charlotte Koopman van De Imagerie maakt er samen met een groep vrijwilligers verse pasta. Check het volledige programma hier. Of mail naar info@kortfilm.be voor een duoticket voor een avond naar keuze.

 

 

Niels Putman