Interview - Anthony Schatteman ('Dag Vreemde Man')

Anthony Schatteman op de set van Dag Vreemde Man - © Dinaya Waeyaert

Anthony Schatteman is binnen het (kort)filmmilieu allesbehalve een vreemde. Met Dag Vreemde Man leverde hij eind vorig jaar zijn derde straffe kortfilm op rij af, waarmee hij bovendien de recenste editie van het Pinx Holebifilmfestival in Gent mocht openen. Mogelijks ook meteen zijn laatste kortfilm, want hij werkt ondertussen duchtig aan zijn langspeeldebuut. “Ik wil vooral films maken die erg universeel zijn en iets doen met het grote publiek.”

In Dag Vreemde Man schittert Arthur (Arend Pinoy) op het podium in glitterjurken, opvallende pruiken en een dikke laag make-up. Hij playbackt er Nederlandstalige klassiekers van Ann Christy & co. Wat het joelende publiek in de zaal niet weet, is dat Arthurs zevenjarige zoontje op hem wacht in de coulissen. Schatteman kiest andermaal voor een holebi-thema, maar dit keer ook met een groot gehalte fragiliteit. We hebben het met hem over het belang van het cliché, zijn creatieproces en queer cinema.

***

Dit is de derde kortfilm die je aan een groot publiek laat zien. Word je het ondertussen al gewoon, of ben je net nog zenuwachtiger?
SCHATTEMAN: Het is wel anders omdat het de eerste keer is dat we steun hebben gekregen van het VAF. Ik dacht dat ik niet zenuwachtig ging zijn, maar toen ik in de zaal zat bij de première tijdens het Internationaal Kortfilmfestival Leuven, vond ik het plots wel spannender dan normaal. Niemand had de film ervoor al gezien, zelfs mijn lief en mijn moeder niet. Ik ben er zelf ook heel trots op. We hebben er lang aan gewerkt en ik vind het ook een ander product dan mijn vorige kortfilms.

Kus me zachtjes (waarvoor Schatteman een Humo-award kreeg op het Internationaal Kortfilmfestival Leuven 2012, nvdr) heb ik al vier jaar geleden gemaakt. Ik ben nu volwassener geworden, dat merk ik ook doordat ik langer aan een film werk. Het blijft sowieso heel spannend om te zien hoe het publiek zal reageren. Maar ik ben erg tevreden over het eindresultaat en hoop dat het publiek dat ook zal zijn.

Je vorige films werden erg goed onthaald, daardoor liggen de verwachtingen steeds hoger. Beïnvloedt dat jouw creatieproces?
SCHATTEMAN: Vooral tijdens de montage besefte ik dat dit misschien mijn laatste kortfilm was, waardoor ik af en toe wel ‘flashte’. Het moet echt goed zijn, want mensen gaan inderdaad veel verwachten. Maar hierdoor ontstond er ook een grotere werkdruk en was ik geneigd om nog perfectionistischer te werk te gaan dan anders. Ik wou écht dat dit mijn vorige kortfilms overtrof.

In Dag Vreemde Man maak je af en toe gebruik van filmische clichés….
SCHATTEMAN: Dat is iets waar ik me heel bewust van ben. Persoonlijk heb ik ook een erg commerciëlere filmsmaak. Ik probeer daardoor zelf ook vooral films voor een publiek te maken. Dat is voor mij het belangrijkste. Met Kus me zachtjes heb ik veel publieksprijzen gewonnen en dat vond ik veel belangrijker dan een Juryprijs winnen. Ik vind het mooier dat een publiek mijn film goed vindt, dan een vierkoppige jury. Ik wil vooral begrepen worden door vele mensen. 

Sowieso speel ik altijd met clichés en het is tof om te zien hoe ver je daarmee kunt gaan zonder dat het plat wordt. Ik was heel bang dat het onderwerp van Dag Vreemde Man te plat ging zijn. Want dat is wel gemakkelijk met al die pluimen en die pruiken.

… maar het geheel blijft ver weg van het cliché.
SCHATTEMAN: Daar denk ik eigenlijk heel weinig over na. Ik probeer vooral om beeldmatig en in mijn acteursregie de clichés te vermijden, want ik weet dat mijn verhalen al heel cliché zijn. Een gast komt uit de kast bij zijn schlagerzingende vader: het klinkt allemaal redelijk plat als je de pitch zo hoort. Ik zoek naar hoe ik dat op een originele manier kan brengen en dat groeit vooral door samen te werken met mijn director of photography en mijn acteurs.

 

Dus je bent je er niet van bewust dat je je op een moeilijke evenwichtsoefening bevindt?
SCHATTEMAN: Nee, eigenlijk niet. Ik weet dat mijn films erg mainstream zijn. Dat zijn ook de films die ik het liefst zie. Nu heb ik heel veel naar François Ozon (regisseur van 8 Femmes, Le Temps qui reste, nvdr) gekeken en heb ik ook geprobeerd om de sfeer uit zijn films over te brengen. Dus de films die ik maak, zijn eigenlijk de films die ik zelf graag zie. Dat vind ik het belangrijkste; al zeker bij een kortfilm. Als ik naar een kortfilm kijk, wil ik niet na vijf minuten al moeten denken “ah, fuck, dit gaat nog vijftien minuten duren.” Bij een kortfilm wil ik dat het snel gaat, ik wil veel vertellen, veel scènes tonen. Het publiek mag zich niet vervelen.

Daarmee dat je ook steeds met een catchy openingsscène begint? Zowel bij Kus mij zachtjes als Dag Vreemde Man start je met een optreden.
SCHATTEMAN: Eigenlijk was dat totaal niet bewust. Ik besefte dat ook plots achteraf dat ik exact dezelfde openingsscène had als mijn eerste film. (lacht) Ik wou eerst en vooral het hoofdpersonage schetsen, alvorens dat we zijn leefwereld zagen. Dat is gegroeid door dat nummer ook. Van zodra ik had besloten om rond het nummer Dag Vreemde Man van wijlen Ann Christy te werken, is alles gegroeid. Ik moest sowieso dat optreden laten zien. Voor mij was het dan kiezen tussen die scène in het begin of op het einde tonen; en dan was de keuze snel gemaakt.

Anthony Schatteman & Wim Opbrouck op de set van Dag Vreemde Man - © Dinaya Waeyaert

Je bent er telkens in geslaagd om grote, professionele acteurs (Marijke Pinoy, Marc Van Eeghem in vorige kortfilms, nvdr). te strikken. Hoe krijg je dat voor elkaar?
SCHATTEMAN: Ik heb altijd al mijn rollen geschreven met een bepaalde acteur in gedachten. En dat is ook altijd gelukt door wat te slijmen bij mensen, zeker? (lacht)

Zijn zij al op de hoogte van bij het begin van het creatieproces?
SCHATTEMAN: De meeste acteurs ken ik al op voorhand. Als je veel op sets werkt, leer je ook veel acteurs kennen. Ik wist sowieso dat Arend Pinoy & Delfine Bafort gingen meestappen in het project. Nu was de grote vraag: gaat Wim Opbrouck dit willen spelen of niet? De acteurs die het geworden zijn, zijn altijd gecharmeerd geweest door het scenario en door wat ik wil vertellen. Daarom stappen ze ook mee aan boord.

Er was geen twijfel bij de acteurs om een drag queen te spelen?
SCHATTEMAN: Het was Arend zijn droom om ooit een keer een vrouw te spelen. Hij vond dat de max. Bij Wim wist ik ook wel dat hij dat ging willen doen. Met hem heb ik een heel goed contact gehad op Café Derby (langspeelfilm van Leny Van Wesemael, nvdr) waar ik kindercoach was. Ik had net de theatervoorstelling Gardenia van Alain Platel gezien en toen is het idee ontstaan om iets te doen met een dragqueen.

Hoe was het om met Arend en Delfine, een koppel in het echte leven, samen te werken?
SCHATTEMAN: Dat was echt fantastisch. Die hadden zó een chemie op set. Delfine was net ook drie maanden bevallen, waardoor het oudergevoel sowieso nog sterk aanwezig was bij haar. Dat was supergoed voor het personage. Het was heel fijn om met hen te repeteren, onder andere omdat het allebei acteurs zijn die met een hele grote naturel spelen.

Het valt inderdaad op dat er weinig gesproken wordt, maar de gezichten spreken des te meer.
SCHATTEMAN: Dat probeer ik inderdaad altijd na te streven. Ik schrijf zo weinig mogelijk dialoog en terwijl we de scènes repeteren, schrap ik nog eens de helft omdat ik voel dat het niet nodig is. Dat is ook een regel die je op school leert: je mag nooit dingen zeggen die je al kunt afleiden uit de gezichtsexpressie.

Hoe geraak je daar? Door zoveel mogelijk te repeteren?
SCHATTEMAN: Ja, door te repeteren, maar niet per se zoveel mogelijk. Ik vraag acteurs altijd om veel thuis te repeteren. Wanneer ik mijn acteurs zover krijg dat ze niet meer doorhebben dat ze aan het acteren zijn, schrijf ik dat moment op. En dan moeten ze het daarna ook wel exact zó zeggen. Zelfs qua intonatie ben ik dan redelijk streng: ik zeg dan echt voor hoe ik wil dat zij het zeggen.

Wim Opbrouck & Arend Pinoy waren allebei erg mooi als dragqueen. Hoe heb je dat voorbereid?
SCHATTEMAN: Dat was moeilijk omdat ik eigenlijk niets van die wereld wist. Ik heb contact opgenomen met Les folles de Gand, een travestietengezelschap uit Gent. Met hen heb ik veel tijd doorgebracht om te zien wat voor travestiet het hoofdpersonage eigenlijk is. Want je hebt daar heel veel soorten en gradaties in. Het was trouwens heel moeilijk om de juiste look voor Arend te vinden. Ik zag sowieso iemand met lang haar voor mij, maar dan was hij precies een Tarzan. Toen twijfelde ik echt of het wel goed zou komen. Pas toen we Arend hakken lieten aandoen, viel alles op  zijn plaats. Zodra hij op die schoenen stond, werd hij een vrouw. Dat was zot.

Anthony Schatteman & Arend Pinoy op de set van Dag Vreemde Man - © Dinaya Waeyaert

Heb je ook bij Les Folles de Gand geleerd hoe je je acteurs moest schminken?
SCHATTEMAN: Ja, die waren ook super enthousiast dat we een film maakten over die thematiek. De juiste look zoeken was wel erg moeilijk, daar heb ik van wakker gelegen. Als die niet klopte, was alle geloofwaardigheid zoek. Bij een dragqueen gaan normaal de volledige wenkbrauwen weg. Ze schminken deze dan boven de natuurlijke wenkbrauw. Bij de eerste schminksessie had ik gezegd dat ze het moesten doen zoals ze normaal deden. Maar ik vond dat verschrikkelijk.  Theater en film is zo’n groot verschil. Bij theater sta je op twintig meter en komt dat redelijk natuurlijk over, maar met die camera erop was dat echt verschrikkelijk.

Bij Wim was het probleem dat hij zijn baard niet kon afdoen. Maar eigenlijk paste dat net wel bij zijn personage.

Zie je jezelf als een regisseur binnen de wereld van de queer cinema?
SCHATTEMAN: Het is logisch dat mensen je in vakjes duwen. Ik heb inderdaad drie kortfilms gemaakt met LGBTQ-personages. Ik weet wel dat ik niet heel m’n leven binnen dat genre ga blijven. Het is vooral iets waar ik mij op school erg in verdiept heb. Ik heb twee masterproeven over het onderwerp geschreven en het interesseert me ook enorm. Het is het gemakkelijkst en het interessantst om films te maken over onderwerpen die zich in je eigen leefwereld afspelen, waarover je ook het meest weet. Dus voila.

Wil je door je redelijk brave weergave de homothematiek toegankelijker maken voor het publiek?
SCHATTEMAN: Het is niet zo dat ik een boodschap wil meegeven. Ik denk dat Dag Vreemde Man de enige holebifilm was op het afgelopen Internationaal Kortfilmfestival Leuven, of toch zeker binnen de Vlaamse Competitie. Dat vind ik wel zot. Maar het is niet zo dat ik daar heel bewust over nadenk. Ik maak mijn films niet omdat het maatschappelijk nodig is. Er zijn heel wat holebifestivals waarvoor mijn films geselecteerd worden en veel films die daar getoond worden gaan over de moeilijkheden waarmee holebi’s worden geconfronteerd. Ik wil films maken over homoseksuele onderwerpen, maar die wel universeel zijn. Dat is niet simpel. Ik vind het belangrijk dat mijn films universeel door iedereen positief onthaald worden. Ook door mijn broer die mega hetero is, bijvoorbeeld. (lacht) Mijn eerste films op school waren wél heel expliciet en plots besefte dat dat eigenlijk niet nodig was. Al beweer ik niet dat ik heel mijn leven brave films ga blijven maken.

Je bent nu bezig aan een langspeelfilm?
SCHATTEMAN: Ja, maar ik mag daar helaas écht nog niets over zeggen. Het wordt mega gay. (lacht) Ik vind kortfilms geweldig om mee te experimenteren en om nieuwe werelden te leren kennen. Moest ik kunnen zou ik dat nog een paar jaar doen, maar soms moet je wat verder denken. Elke film die ik heb gemaakt, zal mij ook goed geholpen hebben in het proces om mijn langspeelfilm te maken. Eigenlijk komende de drie onderwerpen van mijn kortfilms samen in één langspeelfilm. Het is een scenario waar ik al redelijk lang aan werk en het is in samenwerking met iemand anders. That’s it. De rest blijft nog even top secret.

***

Dag Vreemde Man werd ook opgenomen in de catalogus 'Het Beste van Internationaal Kortfilmfestival Leuven 2016' van Dalton Distribution. Houd hun website (en Facebookpagina) in de gaten om op de hoogte te blijven van verdere vertoningen. 

 

Liza Brandt