|
Nieuwe lokaties, nieuw werk
Contour 2007, ondertussen de derde editie van de Mechelse biënnale voor videokunst vindt plaats langs een parcours van twaalf nieuwe locaties. Curator van dienst is de jonge Londense curator Nav Haq die eerder zijn sporen verdiende bij Gasworks en in de Whitechapel Gallery. In het manifest dat de curator schreef valt te lezen dat hij het concept van Contour, wat betreft het vertonen van videowerk, veel hoger inschat dan op grote tentoonstellingen zoals Documenta of de Biënnale van Venetië waar videokunst noodgedwongen vaak in een apart hokje wordt geduwd, en de toeschouwer een extra inspanning moet leveren om er de nodige tijd voor uit te rekken.
De gekozen locaties zijn tijdens de editie 2007 veel minder evident dan die van 2005 waar de vele kerken en kapellen de werken op dwingende wijze een bepaalde richting uitduwden. Er is wel nog een kapel en het pastoraal seminarie, maar de centrale leidraad zijn nu verlaten ruimtes in de stad, zoals een lege Match, een ziekenhuis of een oude zadenwinkel; of gebouwen die hun oorspronkelijke functie verloren hebben zoals de Oude Vleeshalle, het voormalig paleis...
Uniek aan het concept van Contour is dat er net als bij de vorige editie nieuw werk gemaakt werd in coproductie met Contour met steun van het VAF, de Vlaamse Gemeenschap en de EU. Hierdoor zijn er niet minder dan 10 nieuwe werken te zien, die in symbiose werden gemaakt met de ruimte, die de kunstenaar zelf uit een aantal voorstellen mocht kiezen. De stad zelf speelt ook een rol in sommige van de werken (Gabriel Lester, of bij Neil Cummings die archiefbeelden van de lokale filmclub hermonteerde).
De bezoeker als shopper
Ongetwijfeld een van de coolste locaties uit het parcours is een oude Match supermarkt, verborgen in het hartje van de Mechelse winkelstraten. De leegstaande ruimte doet meteen ook dienst als één van de twee centrale startlocaties, naast de Garage (Mechels kunstencentrum). Het vinden van deze unieke plaats, wat eerder op het laatste nippertje gebeurde, ging meteen het concept van de hele tentoonstelling beïnvloeden. Zo kozen de architecten (het Gentse bureau Barak) en designer Sarah De Bondt ervoor om de supermarkt als uitgangspunt voor een aantal vormelijke keuzes te nemen, zoals de reclamepanelen waarmee de locaties gemarkeerd worden. Het beeld als consumptie, consumptie van het beeld. Het is slechts één van de thema’s die verwerkt zitten in de nogal brede ondertitel van de tentoonstelling, Decoder, wat, zoals Nav Haq in zijn manifest schrijft, “een actief begrip” is, “een onderzoek naar de relatie tussen de technologische middelen die ingeschakeld worden om thema’s en informatie over te brengen, en het publiek.”
Na de supermarkt, de zondvloed
In zo'n lege supermarkt hangt natuurlijk een aparte sfeer, die bij filmliefhebbers wel eens postapocalyptische cinema à la Romero's Dawn of the Dead in gedachten durft roepen. Dat was misschien ook het gevoel dat Gert Robijns had die hier een installatie opstelde, All For One, One for All, met daarin twee videoprojecties. Een van die werken toont een man die wegvlucht van een drietal achtervolgers langs het kanaal van Brussel. Het filmpje wordt in een loop getoond en geprojecteerd op een scherm dat in repen is geknipt. Een scherm waar je letterlijk kan doorheen stappen. Maar de angst van de man blijft voor de toeschouwer een ondoordringbaar geheim.
Dit post-apocalyptisch sfeertje komen we ook in andere werken tegen, zoals Venusia van het Brusselse kunstenaarsduo Aline Bouvy en John Gillis. Deze hallucinante collage van fragmenten uit reclame-affiches en uitgeknipte ledematen uit glossy magazines, fusioneert banale knipsels uit de hedendaagse populaire cultuur met de verschijning van primitieve wezens en oervormen. Alsof de aarde na een technologische implosie opnieuw geboren werd. Ondanks het felle kleurgebruik, de ontluikende bloemenruikers en de bombastische muziek overstijgt het geheel de kitscherige en eclectische stijl. Als kijker wordt je onverbiddelijk meegezogen in de visionaire beelden.
De installatie Faded Majesty van Supersober (Bodan Stehlik en Una Szeemann), die opgesteld is in een gang van schermen in het verlaten Onze-Lieve-Vrouwgasthuis, leunt eveneens bij de thematiek aan. Albino herten struinen door diverse Europese steden en staren de bezoeker aan, zoals alleen herkauwers dat kunnen. De onheilspellende sfeer wordt versterkt door de leegte en verlatenheid die heerst in de straten en pleinen. Tegelijkertijd creëren de iconische locaties en vooral de blauwachtige filter een erg artificieel ogend beeld, als in een reclamefilm voor één of ander stylish drankje. Lichtelijk bevreemdend, maar het effect overstijgt de gimmick niet helemaal.
Science fiction en re-enactment
Het science fiction gehalte in de video-installatie van Supersober resoneert verder door het desolate ziekenhuis, waar nog vier andere werken staan opgesteld. Revisiting Solaris bijvoorbeeld van Deimantas Narkevicius waarin de regisseur samen met één van de originele acteurs (Donatas Banionis) een hoofdstuk uit het boek van Stanislaw Lem in scène zet, dat in Tarkovsky's filmadaptatie bewust werd weggelaten. De huidige re-enactment trend in de videokunst is onmiskenbaar aanwezig in de selectie van Contour en op dezelfde locatie vinden we nog een soortgelijk werk: 1984 and Beyond van de Ier Gerard Byrne, ook te zien op de Biënnale van Venetië. Byrne laat Nederlandse acteurs een discussie hernemen tussen bekende science fiction auteurs zoal Asimov en Ray Bradbury die gepubliceerd werd in Playboy in de jaren zestig. Net als bij Narkevicius spelen modernistische ruimtes – in 1984 zijn dat het Rietveld paviljoen en het Kröller-Müller Museum - een belangrijke rol in de film, door de dialogen te kaderen binnen de modernistische utopiegedachte, maar ook vormelijk omdat ze de gestileerde esthetiek van de re-enscenering nog versterken.
In het Gerechtshof en meer specifiek in de vroegere troonzaal van Margareta van Oostenrijk vinden we nog een werk dat hier mee verwant is: Ein Reich. Het bestaat uit zes schermen waarop afwisselend een personage, telkens iets vertelt in een andere taal. De stukjes maken deel uit van een fantastisch scenario waarin de geschiedenis op drastische wijze herschreven wordt. Het is aan de toeschouwer om de puzzel op te lossen. Het werk is van de hand van Cédric Noël, een jonge Brusselaar die werd uitverkoren tot een van de laureaten van de Jonge Belgische Schilderkunst 2007.
Zintuiglijke verwarring
Terug in het ziekenhuis vormen twee bijzonder fysieke werkjes een contrapunt voor de koude en afstandelijke wereld van sci-fi én het kille acteerwerk in de geënsceneerde films. Enerzijds Host van de Egyptische kunstenaar Hassan Khan, een brutale, expressionistische en ruw geschetste improvisatie van acteurs in een ziekenhuis, een film die op zich ook niet veel meer om het lijf heeft dan dat. Veel sterker is het adembenemende Flash in the Metropolitan van Rosalind Nashashibi en Lucy Skaer, een opeenvolging van shots van oude Polynesische, Afrikaanse en Oosterse beeldhouwwerken (vooral koppen) die telkens heel kort belicht worden. De continue opeenvolging van lichtflitsen zorgt ervoor dat beelden telkens opflakkeren en weer verdwijnen in de duisternis, zoals ze dat doen in een filmstrip, maar dan veel trager. De belichting trekt de beelden voor een stuk ook weg uit hun museale context en geeft hen iets van hun originele magische en mysterieuze effect terug.
Ook Carsten Höller speelt met zijn Flicker Film in op de manipulatie van physiologische en optische effecten, meer specifiek het phi-fenomeen. In zijn installatie, een extra groot en breed scherm dat op imposante wijze opgehangen is in de vernieuwde ruimte van de Oude Vleeshalle zien we een Congolees groepje zingen en dansen op het podium. Het beeld verspringt voortdurend tussen drie plaatsen op het scherm en doet dit zo snel dat het oog onmogelijk kan volgen, met een destabiliserend effect als gevolg. Speels en inventief vormt dit werk een welkome adempauze.
Brussel aan zee
In het seminarie van het Pastoraal Centrum vinden we in een totaal verduisterde ruimte de film Nightshade van Gabriel Lester, die in zijn werk de geijkte codes van de filmtaal onderzoekt. In Nightshade, spitst hij zich enerzijds toe op het belang van de ouverture in film en daaraan gelinkt van de zogenaamde mood-shots en establishment-shots die traditioneel gezien, een nieuwe scène voorafgaan en ons een buitenbeeld geven van de lokatie, of in het geval van de moodshots een bepaalde atmosfeer inzetten. De beelden zijn een opeenvolging van dergelijke moodshots met nachtelijke beelden van Oostende, Brussel, Mechelen en Gent. ‘Een film waarin de lokaties de personages worden.’, zoals Lester het zelf verwoordde. Soms worden beelden van twee verschillende steden ook gesuperïmposeerd zodat we bijvoorbeeld een beeld krijgen van een Brussel aan zee. Zonder verhaal en met enkel een opeenvolging van verlaten straten en esplanades, hoeken van gebouwen of raamkozijnen slaagt Lester erin een dramatische opbouw te creëren met beelden die telkens een andere sfeer uitstralen gaande van spanning tot onheil naar rustmomenten. Antonioni’s L’Eclisse waarin montages van beelden van een zonsverduisterd Rome de plaats innemen van de dramatische intrige, is een herkenbaar referentiepunt. De look en feel van de prachtige clair-obscur fotografie. Lester liet zich eveneens inspireren door de film noir wat zich vooral uit in de prachtige clair-obscur fotografie.
Beeld en geheugen
Sarah Vanagt kon natuurlijk niet ontbreken in het lijstje namen en ze produceerde net als Lester voor Contour een nieuw werk, Ash Tree. Het is een installatie met verschillende schermen waarin opnieuw haar interesse voor de geheugenfunctie van het bewegend beeld spreekt, gecombineerd met een interesse in de verbeelding van kinderen. De documentaire inhoud vertrekt van de nijpende situatie van een Londens kerkhof dat door de uitbouw van een nabijliggend treinstation naar een steeds kleinere oppervlakte verdrongen wordt . De verschillende schermen laten de omgeving vanuit verschillende hoeken, afstanden en camerabewegingen zien, dichtbij en in detail, maar tegelijk verre long shots die de omgeving afscannen en een camera die een continue cirkelbeweging maakt rond de Ash Tree, een centrale boom op het kerkhof waar zerken zijn rondgeplaatst als een zwammenkring. Een klein meisje dat pas leert lezen tast de zerken af, de woorden en klanken aarzelend vormend in haar mond. Het esthetische en het stimuleren van de fantasie neemt hier de overhand op de documentaire inhoud, die op zich niet af te lezen valt uit de beelden.
Contour biedt de bezoeker een heel divers palet aan werken, waaruit een duidelijke voorkeur of keuze voor figuratief werk spreekt. Het geheel is een kwalitatieve selectie met een hoog internationaal karakter; het parcours trekt doorheen de werken in verschillende ruimtes verbanden tussen een aantal ankerpunten zoals science fiction, het herdefiniëren van de modernistische utopiegedachte,... Daarnaast valt een zekere nadruk op het performatieve op met veel restaging en re-enscenering, waarbij telkens de grenzen tussen feit en fictie op de spits gedreven worden; met als tegenpool hiervoor een reeks werken die onze zintuigen destabiliseren en manipuleren zoals Host, Flash in the Metropolitan of Flicker Film. Contour 2007 is zeker en vast een bezoek waard en een stap in de goede richting om de reputatie van een echte Belgische videokunstbiënnale te kunnen waarmaken.
Ils Huygens
|