Courtisane 2017

 

Tussen 29 maart en 2 april liepen voor de zestiende editie van het Courtisanefestival opnieuw een handje Gentse filmzalen vol. Het eigenzinnige festival kent een heuse revival en lijkt subtiel door de drempelvrees van het publiek heen te breken, zonder daarbij aan kwaliteit in te boeten. Enkele notes on cinema - een essay.

 

Courtisane is een plek waar tijd wordt gemaakt voor verdiepend auteurswerk; waar de geprogrammeerde films, en daarmee ook de toeschouwers, met elkaar in dialoog gaan;  waar de auteurs hun werk komen bespreken en bijgevolg ook een bewuste stap naar het publiek toe zetten.

 

In hun introductietekst schuiven de festivalprogrammatoren een aantal vragen en wensen naar voren over de potentiële definitie van cinema zelf. Zij wilden - net zoals de regisseurs die ze aan het woord lieten tijdens hun festival - andere, mogelijke werelden tot leven brengen. Zij wilden ook, door en met diezelfde filmmakers, een ontmoetingsruimte creëren voor verbindingen, relaties, interpretaties en vertalingen. Een ruimte waar mensen toenadering zoeken tot zichzelf én tot de ander.
Dit blijken achteraf geen te grote woorden, noch valse beloftes te zijn geweest. In de blackboxes vonden ontmoetingen plaats tussen de personages op het scherm, de regisseurs daar figuurlijk achter en de aanwezige kijklustigen er letterlijk voor. Dat publiek werd, aangestuurd door het lichtspel op het witte doek, naar andere potentiële werelden vervoerd. Als het dat ten minste wel toeliet.

 

***

 

HET PERSONAGE ALS DOOS (selectie 18); de personages uit de talrijke portretten die de revue passeerden tijdens het festival, vallen niet eenduidig te kaderen, ook al gaat het in elk van de volgende drie ‘cases’ om ouders of grootouders. In selectie 18 zoeken drie jonge regisseurs toenadering tot hun subjecten op een erg intieme, bijna kwetsbare manier.

 


Oumoun (dir. Fairuz & El Moïz Ghammam)

 

Rebecca Jane Arthur, die binnenkort met haar film Ready-mades with Interest afstudeert aan het KASK, portretteert haar vader aan de hand van geluidsopnames. De man komt nooit in beeld. We horen daarentegen zijn verhalen over herinneringen die verbonden zijn aan een vergeeld concertticketje uit 1967 – doeltreffend.

In Intervista (Finding the words) probeert de Albanese filmstudent Anri Sala de newsreel  te ontcijferen waarin zijn moeder twintig jaar voor data een interview gaf. Want: de geluidsband is verloren gegaan. Hij gaat hiervoor langs bij een dovenschool, in het groezelige Tirana van de jaren negentig. Eens de video ondertiteld wordt, botst hij op de afkerige reactie van zijn moeder op wat zij twintig jaar daarvoor verkondigde. Anri Sala ziet dit als aanleiding om zijn mama op een heel intieme manier te ondervragen over haar verleden als militante, als moeder en als Albanese vrouw. Zij wil haar woorden terugvinden om haar acties uit het verleden uit te leggen aan haar zoon.

Fairuz en El Moïz Ghammam keren in Oumoun dan weer terug naar hun geboorteland Tunesië om hun grootmoeder op te zoeken. Ze hebben een cassetteband bij waarop zij een brief hebben ingesproken in het Arabisch. In die brief brengen ze hun nieuwsgierigheid voor het leven van hun grootmoeder, en daarmee ook de geschiedenis van hun geboorteland, onder woorden. Voor die gelegenheid hebben ze Arabisch geleerd om écht met haar te kunnen communiceren. Oumoum is het ontroerende portret van een ouder wordende grootmoeder die de vragen (bewust of onbewust?) omzeilt en daarmee wellicht andere antwoorden geeft dan haar twee kleinzonen hadden verwacht.

 

In deze drie prachtige portretten openen de filmmakers hun personages als dozen vol herinneringen, talen, geluiden, opnames, beelden, stemmen, verhalen en brieven die in verschillende laagjes op elkaar gedrapeerd liggen. Hun dozen genereren daardoor betekenissen en gedrag die bijgevolg, via gesprekken en gezichtsuitdrukkingen, terug opgerakeld worden.

Deze regisseurs vertellen daardoor niet enkel iets over de persoonlijke band met hun subjecten, maar geven een veel universelere insteek over familiale relaties; één die taal- en grensoverschrijdend werkt. Ze vertellen over hoe die familiebanden verwikkeld zijn geraakt met de specifieke geschiedenis & ontwikkeling van het besproken personage. Waarom maakten die (groot)ouders bepaalde keuzes die tot op vandaag nog invloed hebben op het leven van deze jonge filmmakers en hen in vervlogen tijden determineerde?
Deze generatie-overschrijdende queeste naar identiteit en intensief begrip van de geschiedenis en antropologie van ‘het zelf’, biedt inzicht in de polychrome aard van ‘identiteit’ op zich. Het zet de kind/ouder-relaties in een fris daglicht en wekt nieuwsgierigheid op naar echte ontmoetingen, met begrip van/voor de ander en diens familie daarbij ingesloten.

 

 


Sakura, sakura (dir. Ute Aurand)

 

 

DE CAMERA ALS POSTPAKKET (Artist In Focus: Ute Aurand 2); niet enkel de personages, maar vanzelfsprekend ook de filmcamera kan fungeren als een doos die beelden bevat van alternatieve oorden, met verschillende sferen. Een doos die ons werd toegestuurd en op een schone zondagnamiddag op een tikkende projector wordt uitgepakt.

 

In die sfeer betovert de Berlijnse experimentele filmmaakster Ute Aurand (één van de ‘artists in focus’ op het festival dit jaar) het publiek met een aaneenschakeling van korte films die bondige, schokkende beelden tonen van alledaagse taferelen. De warme indrukken blijven als flitsen op het netvlies kleven. Haar werk valt, voornamelijk door de anekdotiek en de associatieve, dromerige beelden, het best te vergelijken met dat van de meester van de dagboekstijl: Jonas Mekas. Haar films stralen de warmte uit van een lentedag vol ontluikende bloemen, met opgroeiende kinderen en van dagdromende, lachende blikken van ouder wordende vrienden.

Aurands camera brengt getuigenis van aanstekelijke reizen in Japan (Sakura, sakura) en door het zuid-Westen van de Verenigde Staten. To be here is een visueel essay waarbij ze zich liet inspireren door een gedicht van Katherine Lee Bates. En de Grand Canyon wordt pas écht groots naast het blikkerende flitsen van de zee en de wolken uit haar Four Diamonds.

De geluidloze films van Ute Aurand voeren je naar plekken waar beelden in- en uit ademen, simultaan met het ritme van haar camera. Alsof je een lange wandeling door de natuur maakt, op de schoonste lentedag van het jaar; een waaier aan gevoelens en herinneringen doorploegend. Zo voelen haar films haast aan.

 

 


Inside the distance (dir. Elias Grootaers)

 

 

DE ANDER ALS ECHO (selectie 19); de afsluiter van het Courtisanefestival, Inside the distance van de Belgische maker en filmdocent Elias Grootaers, cirkelt rond Giorgi Shakhsuvarian: een Armeense bokscoach (maar op het einde van de prent ook een verloren gegane goede vriend).

 

De film is doorspekt met persoonlijke archiefbeelden van Shakhsuvarian. We zien hem tafelen in een decor dat de verbeeldingskracht bij de toeschouwer aandrijft; hij filmt de muren van zijn oude huis bij kaarslicht, de gezichten van zijn vrienden die grappen maken, de warme, gloeiende gezelligheid van zijn thuisnest. Daartegenover staan de zwart-witte beelden van een ouder geworden en zelfzekere bokscoach in België, zijn poging tot perfectionisme in het overleveren van de bokssport, strookt met zijn precieze Nederlandse woordenschat. Met grote handen wijst hij zijn tocht aan op een geografische kaart. “Is mijn boksvuist, ongeveer zo groot als een hart, dan wel groot genoeg om de afstand tussen Tbilisi en Gent te overbruggen? Heeft dat hart genoeg liefde?” vraagt hij zich luidop af.

Grootaers laat ons heel dicht tot bij Giorgi komen. We zitten vaak naast hem in de auto; luisteren naar zijn Armeens, Georgisch en Nederlands; zien hem nabij de boksring in België, op vakantie in Armenië,… Waar hoort hij thuis? Zit zijn thuis in die afstand? Of eerder in de beweging?

Na afloop van de film heb je een nieuwe vriend gemaakt. Zo hard dompelt Grootaers je onder in de wereld, het verleden en het nu van Giorgi Shakhsuvarian. Zijn taal wordt in verloop van tijd een habitude, zijn handelingen bekend, zijn handen/vuisten geruststellend. Het lijkt er zelfs bijna op dat we hem als vriend zijn kwijtgeraakt: alsof hij een echo geworden is zodra het scherm zwart kleurt en de zaallichten aangaan; alsof we een vriend verliezen door naar zijn verhaal te luisteren.

 

***

 

De filmzaal als ontmoetingsruimte. De fysieke plek waar de programmatoren van het Courtisanefestival over spraken in hun inleidingstekst, werd gedurende vier volgestouwde dagen bezocht, beleefd en besproken. Zowel het publiek, alsook de vele aanwezige makers, als actieve pionnen binnen dat proces.

In ontmoeten zit inherent ook het ontdekken van ‘het andere’ verweven. Film, als medium, vervat die andere, mogelijke, divergente werelden als geen enkel andere kunstvorm. Cinema kan de kijker vervoeren naar andere, parallelle denk-, gedachte-, en ook droompistes; het is de ontegensprekelijke kracht van de zevende kunst. Zeker binnen experimentele en alternatievere terreinen als dat van Courtisane.

 

In het geval van de aangehaalde audiovisuele werken in deze tekst, kunnen we spreken van ontmoetingen die intiem zijn en desondanks niet aanvoelen als voyeurisme; de manier waarop de makers hun personages in beeld brengen hoedt net daarover. Die bewuste keuze, spruit voort uit een mix van gedurfd experiment, gevoellig aftasten, intuïtieve overweging en vooral een gedegen kennis van het medium. De makers gaan binnen dat mengproduct op zoek naar nieuwe vormen van verhalen vertellen, vaak een eind weg van de monotone en mediatieve verhalen die het verbeeldingsvermogen van het publiek doorgaans sneller spaken in de wielen steken, dan hen, maar ook het, net te stimuleren.

De regisseurs en programmatoren van het festival prikkelen het publiek om uit de ontmoetingen met de personages, en uit die mogelijke andere en uiteenlopende leefwerelden, gedeelde schoonheid / beeldspraak / dromen / verstrooiing / poëzie en uiteindelijk ook menselijkheid te puren. Als je dat tenminste wel toelaat.

 

 


Annabel Debaenst