Dé referentie voor kortfilm

Piepschuim – GSM’s en Spatel – Microfoons in de Belgische videokunst

Belgische videokunst op Courtisane De zesde editie van het Courtisane festival toont naast een gevarieerde programmatie van kortfilm, videokunst, nieuwe media en experimentele film, ook dit jaar recent werk van Belgische videomakers. Wat hierbij de laatste jaren opvalt, is dat veel videokunst sterk beïnvloed lijkt door de tendensen en problematiek van het documentaire beeld, met referenties aan zustergenres als etnografische film, de media–reportage of de reis- en home movie. Afrikaanse landen worden daarbij te pas en te onpas ingezet als aantrekkelijke filmsets voor 21ste-eeuwse westerse videokunst. Een korte overpeinzing over de manier waarop dit zich uit in de nieuwe single–screen videowerken van Vincent Meessen, Herman Asselberghs, Els Opsomer en Sarah Vanagt. In eerste instantie kan je je afvragen of de media er intussen voor gezorgd hebben dat het maken van beelden van Afrika door een westers kunstenaar altijd een teken moet zijn van engagement. Media-activisme en videokunst hadden bij hun ontstaan begin jaren zestig alleszins veel raakpunten, onder meer door het gebruik van de goedkope lichtgewichtcamera’s die in die jaren op de markt kwamen én door de gezamenlijke bezorgdheid over het nieuwe massamedium televisie. Amerikaanse underground video groepen als TVTV en Global Village reageerden op de oproep van communicatieguru Marshall McLuhan om zelf mediaproducties te maken en uit te zenden, video(installatie)–kunst zal anderzijds tot midden jaren tachtig geobsedeerd blijven door de televisie. Maar toen videokunst-god Nam June Paik in 1965 zijn Sony portapak op de pausmobiel aan Fifth Avenue richtte, was dat niet om het bezoek van de paus als nieuwsreporter te coveren, maar om zijn persoonlijke visie over de media te uiten. Met het exposeren in 1974 van honderden uren ongemonteerd beeldmateriaal over het conflict in Noord–Ierland, zal John Reilly van Global Village met zijn The Irish Tapes tonen hoe vaag de grenzen tussen videokunst en activisme ondertussen geworden zijn. En dat het spook van objectiviteit al zo lang rondwaart. Kritiek op de media binnen kunst is vaak geïnspireerd door de pas overleden Franse filosoof Baudrillard en diens uitspraken over 'the hyperreal', die de realiteit zou vervangen hebben. Door de overvloed aan beelden uit de media en de reclame, leven en communiceren we in een maatschappij die in essentie gevormd wordt door beelden. Daarnaast wordt veel gemord over de ongevoeligheid van de kijker voor het leed aan de andere kant van de wereld. Tv-reportagebeelden zijn hierbij vaak kop van jut. In een werk van Stan Douglas uit 1994 kijkt een familie naar het journaal waarin een nieuwslezer lachend de feiten over de oorlog in Vietnam vertelt.

Herman Asselberghs - Capsular (2006)

In de lijn van die vroege videokunstwerken wordt in het werk van Herman Asselberghs en Sarah Vanagt een expliciete dialoog aangegaan met mediabeelden. Asselberghs neemt de grote epische, stereotype thema’s uit de internationale mainstream pers ter zijde, zoals de Palestijnse kwestie, Afrikaanse vluchtelingen en terrorisme, en levert daar een subjectieve, cultuurfilosofische, haast literaire commentaar op. Zijn Capsular (2006) die te zien is op Courtisane, komt tot je als een soort ‘eerlijke‘ toeristische reportage over Ceuta, de Spaanse enclave op Marokko, een klein stukje Europees paradijs op het Afrikaanse continent. Net als de Canarische eilanden, trekt het natuurlijk Afrikaanse vluchtelingen aan als bijen op stroop, met een nieuw Ijzeren Gordijn als gevolg. "Fortress Europe is no longer a metaphore.", zegt Asselberghs zelf in zijn voice–over, die hij als stijlmiddel lijkt omarmd te hebben. Stadspanorama’s worden afgewisseld met beelden van de gespierde bewakingsvoorzorgen die de stad omringen, fantasma’s van Europeanen die door barbaren worden bedreigd. De bewakingscamera’s die Asselberghs filmt en die hij ook in vroeger werk al aanhaalde, "surveillance cameras in search of the next crime", waren in het verleden voor veel videoinstallatiekunstenaars zo’n fascinatie, dat er zelfs sprake was van een ware ‘surveillance art’. De idee overheerste daarbij dat de televisie terugkeek naar de kijker in zijn luie zetel. Zoals kunstenaar Fabrice Hybert op de Biënnale van Venetië in 1997 een heuse tv-studio opbouwde, waar hij interviews en productievergaderingen leidde en reclamefilms voor produceerde, speelt Asselberghs een spel van aanvulling en imitatie met de media, in een aanklacht van het Europese vluchtelingenbeleid en de rol van de media daarbij. Wanneer Asselberghs in A.M./P.M. zegt "I feel powerless when looking at the news on television", laat hij weinig aan de verbeelding over, maar dat is nu net wat hij wel deed in vorige video’s. In Proof of Life en A.M./P.M.worden betekenisloze ruimtes gescand met trage, haast immobiele camerabewegingen, terwijl een voice–over beelden oproept uit de media en cultuurfilosofische uitspraken doet over het statuut van het beeld, met sterke referenties aan het poststructuralisme. Tekst en klankband krijgen in Asselberghs' werk meestal de bovenhand op visuele informatie, parallel met zijn besognes over de relevantie en irrelevantie van het beeld. Door de stad Ceuta in Capsular daadwerkelijk te tonen, maakte Asselberghs een opmerkelijke zijstap naar het illustratieve beeld, een beeld dat de tekst synchroniseert in een intieme –subjectieve observatie. In het licht van de terugkeer naar het radicale visuele minimalisme van zijn laatste video Futur Anterieur, lijkt Capsular een klein offer geweest te zijn in het voordeel van een door de media verloochend, documentair beeld van Afrika/Europa. Dit ging echter ten koste van zijn persoonlijke artistieke onderzoek en techniek om audio als negatief van het visuele beeld te laten fungeren. Dat lijkt wel op een statement.

Sarah Vanagt - First Elections (2006)

Net als Asselberghs zet Sarah Vanagt met First Elections een problematisch Afrika in beeld. Tussen genocide en vulkaanuitbarsting in (weten we van de media), spelen arme kindjes op overblijfselen lava en vuilnisresten van het Oost–Congolese Goma. Ze ensceneren de eerste democratische verkiezingen, praten volwassenen na tegen een stuk piepschuim als telefoon of een spatel als microfoon. Vanagt werkt vanuit haar documentaire achtergrond rond de "historische verbeelding van kinderen" en de manier waarop die met het verleden omgaan (zie ook het werk Little Figures op Altitude1000). Hoewel de camera zeer dicht op de huid van de gefilmde kinderen blijft, wordt deze fictie-thematiek met objectiverende technieken in beeld gezet: natuurlijk geluid, handy cam, geen interventie van de filmmaker, "no staging", een brok rauwe realiteit zou je bijna denken. In het onderzoekend filmen van repetitieve dagelijkse handelingen van Afrikanen, lijken links met de etnografische documentaire alleszins niet ver af, met dat verschil dat Vanagt een gebied filmt dat pal in de lens van de internationale media heeft gestaan.

Els Opsomer - iMovie silver lips for me (2006)

Els Opsomer en Vincent Meessens filmden ook in Afrikaanse landen, meer bepaald Senegal en Burkina Faso. Opsomer ging een paar jaar geleden samen met Asselberghs naar Palestina, waar ze de eerste van de drie imovie–video’s maakte, videodagboeken waarin ze gevoelens van eenzaamheid wil weergeven. Het op Courtisane geprogrammeerde imovie_ [3]_ silver lips / for me, met ondertitelde film -en fotobeelden uit Senegal, is een soort video-liefdesbrief die je als een metafoor van de imaginaire afstand tussen Noord en Zuid zou kunnen opvatten. Dit noisy lo-fi impressionisme balanceert vaak op de rand van abstractie, ver weg van de documentaire beelden van Vanagt. Maar ook Opsomer zegt ermee persoonlijke interpretaties van de globalisering te geven, ook hier dus dienen beelden van een Afrikaanse land voor een perceptie van de mediale actualiteit.

Vincent Meessen - The Broken Rule (2007)

Nog meer dan Opsomer wijkt Vincent Meessen (die vorig jaar op Courtisane won met zijn film N 12°13,062’/W 001°32,619’ Extended) met zijn A Broken Rule af van het documentaire beeld van een Afrika dat alleen maar lijkt te bestaan in het licht van een politieke of sociale problematiek. Het is een juweeltje om naar te kijken, en doet wat denken aan een vroeger werk van hem, The Invisibles Parliament. A Broken Rule is het resultaat van een nachtelijke publieke performance, waarbij mensen met lichtkranten tot de zin "A broken rule is a sight to see," besluiten op een nummer van Tim Love Lee. Ook hier kan teruggedacht worden aan de vroege jaren van de videokunst, toen kunstenaars de draagbare camera begonnen te gebruiken om hun performances en happenings te gaan registeren, in eerste instantie als een soort documentatiemateriaal om het event te bewaren voor later. Meessens verweeft elementen van performance en enscenering ook in het productieproces van zijn video door een deel van zijn "creatieve authoriteit" te delegeren aan de occasionele medewerkers van de productie. Een meer evenwichtige verdeling tussen Noord en Zuid -uitgangspunten heeft hij hierbij op het oog. De stijlvolle, mooie beelden die eruit voorkomen, vertrekken dus wel degelijk vanuit een engagement. Een autonoom, esthetisch beeld van Afrika blijft ook binnen de videokunst voorlopig een utopie, het documentaire beeld loert overal om de hoek.

Sarah Késenne