Lichting 2017: KASK


 

Geen school die er zo’n punt van maakt haar masterstudenten de springplank op te duwen en richting werkveld te schieten dan KASK School of Arts in Gent. Twee weken lang stelden masters van alle mogelijke disciplines (drama, vrije kunsten, grafisch ontwerp, fotografie, etc.) er tijdens GRADUATION 2017 hun eindwerken voor. Sphinx & KASK Cinema werden voor de gelegenheid volgestouwd met Beeldenstormen & -stromen, afkomstig van de afstuderende studenten Film, Animatiefilm, Documentaire en Visual Arts.

Naar goede gewoonte (2013, 2014, 2015, 2016) zakten ook wij naar Gent af om er de verse lading filmmakers te ontdekken. Om ons te laten verrassen, in de eerste plaats. En om er achteraf ook een kort (welja…) woordje over te kunnen pennen. Uitschieters? Ontdek het hieronder.

***

DOCUMENTAIRE

Starten doen we met een vette brok documentaire. De KASK-studenten zitten duidelijk om geen minuut draaitijd verlegen. De speelduur van hun afstudeerwerken, vooral die van de docu’s, swingt hier en daar dan ook stevig de pan uit. Soms is dat wat jammer, andere keren is dat net mooi meegenomen.

 


Ours is a country of words (dir. Mathijs Poppe)

 

Zo is er Mathijs Poppe’s Ours is a country of words (44’) een film die balanceert tussen fictie en documentaire. Poppe’s docufictie speelt zich af in Shatila, een Palestijns vluchtelingenkamp in Libanon, dat ontstaan is in 1948 nadat duizenden Palestijnen hun land moesten ontvluchten. Vandaag de dag is het kamp een soort van sloppenwijk geworden.
De droom van de Palestijnse vluchtelingen om ooit terug te keren naar hun heimat wordt in deze film plots werkelijkheid. Mathijs Poppe naait een fictief scenario doorheen zijn portretdocu; de families bereiden zich voor op hun fictieve terugkeer. Wat de regisseur met deze moeilijke en vooral ook gevoelige materie doet, is bewonderenswaardig. Non-acteurs worden plots acteurs, hun verhoudingen ten op zichtte  van het fictieve materiaal botst soms met hun reële situatie. Het levert een hybride essay op: een mix tussen droom en realiteit, poëzie en miserie. Bijzonder sterk. (np)

Het bijna even lange Bitter sweet (41’) is een intiem zelfportret waarin Masha Berkers haar persoonlijke strijd met het dagelijkse leven filmt. Dat leven speelt zich vooral af tussen de vier muren van haar slaapkamer. We volgen de eerlijke Skypebabbels met haar moeder (?), turen mee door het raam en bekijken de littekens en geboortevlekken op Masha’s lichaam. Problemen waar men meestal niet mee te koop loopt, worden hier onverbloemd op het grote doek geprojecteerd. Dat zorgt voor een confrontatie waarvan sommige toeschouwers lichtjes ongemakkelijk op hun stoel beginnen schuifelen. Een gedurfde documentaire die (ook) misschien wel net iets korter mocht. (lb)

Waar sommige studenten nog wat werk hebben aan de soundtrack of de montage, is East shore (22’) van Quinten Wyns duidelijk helemaal af. Als geboren Oostendenaar gaat Quinten terug naar zijn roots waar hij de visser Marnix Verleene portretteert. Oosteroever is een buurt waar het traditionele vissersleven stilletjes aan wordt verdrongen door nieuwbouwappartementen. We volgen Marnix aan wal en op zee via een camera die zeer dicht op de huid zit.
Wyns’ filmstijl doet denken aan het werk van de Portugese regisseur Pedro Costa: overwegend in het donker gefilmd, heel vaak gebruikmakend van close-ups, chiaroscuro en een heel sobere, weldoordachte soundtrack (All I ever needed, Is here in my arms, Words are very unnecessary klinkt op de achtergrond via een oud radiootje wanneer de visser in stilte zijn netten aan het schoonmaken is). Erg geslaagd en alvast benieuwd naar Wyns’ volgende project. (lb)

 



East shore (dir. Quinten Wyns) [boven] &
Common ground (dir. Daphne van den Blink) [onder]

 

Leopold II liet in het zogenaamde Nationaal Arboretum in Tervuren meer dan 460 soorten bomen planten. Honderdvijftig jaar later lijkt België minder gastvrij voor wie elders ontwortelde. Zo brengt Daphne van den Blinks Common ground (23’) het verhaal van de staatsloze Victoria. Sterk hoe de filmmaakster niet slag om slinger terugkeert naar diezelfde startmetafoor: na haar vergelijkende punt te hebben gemaakt focussen we op Victoria en haar zoon Aaron.
Victoria heeft roots in Uganda, waar ze nochtans nooit is geweest. Ze groeide op bij haar moeder in de States. Ondanks twee bachelor diploma’s en een vader met ambassadeurstitel, raakt ze in België verzeild in een Kafkaiaans verhaal rond papieren en vergunningen. Ze moet zelfs een tijdje onderdak zoeken bij daklozenopvang Samusocial - hyperactueel in Brussel door schandalige geldstromen bij het bestuur. Common Ground is een aangrijpende documentaire die zo op Canvas kan, met een schrijnend verhaal en met mooie onbevangen momenten tussen moeder en zoon. (js)

In Ingel Vaikla’s Roosenberg (28’) maken we niet alleen kennis met vier nonnen - Amanda, Godelieve, Rosa en Trees – maar ook met het lege, modernistische klooster in Waasmunster waar ze verblijven en dat ze weldra zullen moeten verlaten. Langzaam glijdt de camera door de weergalmende gangen, buiten blaft ergens een hond. Via korte ‘slices-of-life’ zien we de zusters hun dagdagelijkse rituelen uitvoeren: ze poetsen, bidden of lezen de krant. Repetitie en het bevreemdende gebruik van omgevingsgeluiden geven het klooster een ‘buitenaardse’ kwaliteit en dankzij Ingels persoonlijke mijmeringen - ons meegedeeld doormiddels van ondertitels - dwalen we als publiek gehypnotiseerd mee door de kloostertuin en de kapel.
De Estse regisseuse opteert voor een reflectieve vorm van slow cinema om in de ziel van het klooster te duiken. ‘Hebben plaatsen een geheugen?’, vraagt ze zich af. Het antwoord is, zonder twijfel, ‘ja’. (mp)

De schaduwen van een groepje voetballende jongens glijden over de grond: Terrence Malick is niet ver weg in die prachtige openingsbeelden van Mattijs Driesens’ sluimerende documentaire Krakeel (18’). De nacht valt en even later kijken we samen met twee van hen vanop een appartementsgebouw uit over het donkere, mysterieuze Brussel-Zuid. Visuele poëzie moet even plaats maken voor een puur observerende camera die de schijnbare banale conversaties tussen de twee jonge tieners registreert. Of ze wel LO-leerkracht zouden worden en of die LO-leerkrachten veel voorbereiding nodig hebben voor hun lessen?
Driesen slaagt er goed in om de nachtelijke non-gesprekken te voorzien van een zekere magie; er hangt elektriciteit in de lucht. Een worstelpotje tussen de twee jongens vertelt meer dan duizend woorden: het is de pracht van het rondhangen, het ‘niks doen’ dat zo eigen is aan hun leeftijd. De film mist focus en had gerust wat korter mogen zijn, maar op het einde ben je toch blij dat de filmmaker aanwezig was op die speciale nacht dat er niks – of juist van alles – gebeurde. (mp)

***

ANIMATIEFILM

Van de documentaires gaan we naar de animatiefilms, met een soort van tussenstop bij de geanimeerde documentaire over Julienne (12’) uit Esneux. Julienne’s real life voice-over vertelt over haar eenzame leven, met de hardheid van wie niks meer te verliezen heeft. Ze rookt, speelt Solitaire en haakt poppetjes. Lekker meta: uiteraard zien we Julienne ook zelf als zo’n poppetje. Maar daar houdt het niet bij op, de mixed media met stop motion en 3D-effecten toont een waaier aan technieken en manieren om Julienne’s stream of consciousness te verbeelden. Ons favoriete moment: het tot leven komen van de personages op een postkaart.
Een heel singulier verhaal, dat meer boeit door de animatietechnieken dan door de specificiteit van Julienne. (js)

Met haar bachelorfilm Toer mocht Jasmijn Cedee al enkele filmfestivals - met succes! - aandoen. We keken dan ook niet zonder verwachtingen naar haar masterfilm Alex (9’). Deze keer maakt Cedee een verhalende kortfilm, waarin ze een erg serieus onderwerp aansnijdt. Alex is een jongen van tien die een zware strijd in het ziekenhuis levert. Tegelijkertijd vecht hij in een denkbeeldige wereld als een stoere jongen tegen het donker.
De animatiefilm wisselt de sterke, abstracte beelden af met concrete tekeningen van Alex, gekluisterd aan het ziekenbed. Jasmijn Cedee levert wederom knap werk af, al mag ze - als je het ons vraagt - voor haar volgende film terug de kaart van volledige abstractie trekken. (lb)

 



Mixed materials (dir. Anna Van Riel) [boven] & Das Himmelgarden (dir. Quinten De Meyere) [onder]

 

Anna Van Riel slaagt er makkelijk in om met haar kortfilm het publiek meteen mee te krijgen. Ook deze filmmaakster worstelt met onzekerheden en de toekomst, net als veel van haar KASK-medestudenten - zo blijkt uit Graduation 2017. Van Riel gaat hier op een luchtige manier vol zelfspot en relativering mee om. Haar animatiestijl valt niet onder één noemer te plaatsen – want mixed materials - en valt meteen ook op door deze originele aanpak. Mixed materials (6’) vertelt met humor hoe twee studenten het zwarte gat na de kunstschool aanpakken (spoiler: NOT SELECTED). Een leuke animatiefilm waar weinig op aan te merken valt. (lb)

Das Himmelgarden (12’) van Quinten De Meyere leunt dicht aan bij internetkunst. Net als in Blauwblomme’s Jane Dog en Romane Claus’ Julienne kiest De Meyere voor veel flikkerende strobobeelden, maar ook vooral voor een plagerig vocoder-stemmetje dat de hele film lang blijft vragen: “DO YOU WANNA DIE?”. Ondanks die humor – of horror – door herhaling, hebben we het hier allerminst over een one trick pony. Een heerlijk edgy film met ondergrondse grommelende hellegeluiden op de geluidsband en een wervelwind van beelden die geregeld halt houdt bij met ruis omringde close-ups van gehaakte poppetjesgezichten. Humor & horror hand in hand: een machtig sarcastische uitnodiging om je donkerste doodsdrift de vrije loop te laten. (js)
 

***

FILM

Weg met animatie, enter live-action. Ook aan fictiefilms namelijk geen gebrek, met een gemiddelde speelduur van zo’n twintig minuten. Daarmee scoort fictie lager dan de documentaires (gemiddeld een halfuur), maar blijft de algemene consensus wel dat de KASK-studenten opteren voor “lang”.

Michiel Dhont wekt direct een professionele indruk met zijn masterfilm. Poor Kids (18’) zit cinematografisch sterk ineen en vanaf het eerste shot ben je benieuwd naar wat nog volgt. De ‘poor kids’ vormen een hechte vriendengroep - enkel mogelijk tijdens een oneindig lange zomervakantie. Kattenkwaad en emoties wisselen elkaar vlot af, net als geluk en eenzaamheid. Dhont maakt relatief weinig gebruik van dialoog, behalve in de slotscène. Deze laat ons jammer genoeg wat verweesd achter. Waren we dan toch niet helemaal mee met het verhaal? (lb)

A short tale about a big quest (16’) ontbreekt in ieder geval niet aan durf. In een stad gemaakt aan de hand van 3D-animatie is een poëziestudent op zoek naar de grote dichter Balthasar. Die zal hem helpen het perfecte gedicht te schrijven, waarmee hij een einde kan maken aan de oorlog waarin zijn stad verwikkeld is. De student blinkt uit in naïviteit en onwetendheid en staart regelmatig met open mond naar de mooi geanimeerde stad. Tijdens zijn zoektocht raakt hij zelf verwikkeld in het conflict, wat voor nog meer verwarring zorgt.
Een absurde fantasyfilm die hedendaagse vraagstukken probeert aan te snijden. (lb)

Kunst versus wetenschap. Impulsief versus aarzelend. Via enkele eenvoudige tegenstellingen toont Sophie Kurpershoek de band tussen twee meisjes die elkaar toevallig tegenkomen in een prachtig, desolaat landschap. Onbezonnen en los van elk tijdsbesef beleven ze samen intense momenten. Totdat ze herinnerd worden aan het ‘echte’ leven.
Charlotte De Bruyne (Little Black Spiders, Flying Home) en Sallie Harmsen zetten beiden een sterke acteerprestatie neer, maar toch komen bepaalde overgangen - zoals de plotselinge breuk tussen beiden – niet helemaal geloofwaardig over. Al was het maar voor even/If only for a moment (30’) is cinematografisch erg sterk, maar lijdt een beetje aan de nogal accute KASK-ziekte: het mag gerust korter. (lb)

 


Too far, too close (dir. Margo Mot)

 

In het woordloze sfeerportret van Nina Eleonora Claes volgen we twee vrouwen; de één jong, de ander oud. Ze ontmoeten elkaar in een vakantiehuis in wat de Ardennen zouden kunnen zijn. Hun relatie wordt nooit geheel duidelijk en naar hun angst of hoop heeft het publiek te gissen. De regisseuse heeft echter geen nood aan een narratieve leidraad, integendeel.
In Danser sa vie (17’) schotelt ze haar publiek een rustige doch gestage stroom aan prachtige beelden voor: de druppels op de achterruit, het kabbelende beekje, dat prachtige laatste shot… Iets meer duidelijkheid rond de ‘personages’ en hun situatie had de film waarschijnlijk geen slecht gedaan, maar als eindwerk kan het – voornamelijk op visueel niveau – zeker tellen. (mp)

Jane Dog (17') lijkt een feminiene horrorversie van Donnie Darko, tenminste wat betreft ruis op de soundtrack, zelfverminking en parallelle universa. Killer-konijnen en eighties nostalgie vinden we hier wel niet, en de hond uit de titel kan enkel wijzen naar (één van?) de twee zelfdestructieve dames uit de film.
De twee meisjes, gespeeld door Pauline Casteleyn en Lora Van den Eynden, spatten magnetisch van het scherm af. Ze spelen een nonsensicaal bloederig machtsspel, met een passie voor elkaar die wild alle kanten opgaat, van lust tot haat. Ook de dialoog gaat van geschift naar ultra realo (“bloed niet op de lakens hé!”). Dan lijkt er ook nog eens een externe factor te zijn waar ze samen tegen strijden. Dat levert spannende en onvoorspelbare beelden op, vaak heerlijk over the top.
Soms wordt het wat veel, zoals bij de steeds terugkerende op-zijn-kop beelden van ridders in een roodbladerig bos – als Koen Blauwblomme hier naar menstruatie of bevalling wil verwijzen, dan zagen we dat al subtieler in de Ginger Snaps-horrortrilogie. (js)

Last maar allesbehalve least is er Margo Mots Too far, too close (28’). Een kleine mozaïekfilm over hoe een kat plots verschillende bewoners van een flatgebouw met elkaar in contact brengt. Al schuilt er een veel triester laagje onder dat alles, dat is vanaf aanzet duidelijk wanneer een vrouw er in slaagt haar koffers te pakken en te vertrekken, zonder dat haar drukbezette man er ook maar iets van merkt. Een strak geschoten film over verloren gelopen zielen - mooi en gevoelig verteld.
Een fijne rol voor Brussel ook: in ons kleine land toch dé stad om anonieme verhalen in te blikken, zo blijkt nog maar eens. (np)

***

Wie we op de najaarsfestivals als Film Fest Gent en het Internationaal Kortfilmfestival Leuven zullen terugzien? Moeilijk te zeggen, met die lange speelduren waar festivalprogrammatoren al wel eens over durven struikelen. Het engagement en het talent is er in ieder geval wel: er zaten een stel erg sterke films in deze lichting - Das Himmelgarden, Ours is a country of words, East shore, Mixed materials, Too Far, too close en Common Ground bijvoorbeeld.

 

 

-
Liza Brandt, Michiel Philippaerts, Jan Sulmont

 

Niels Putman