Op Courtisane 2008 staat in het festivalluik ‘Ghosting the images’ het gebruik van found footage centraal: film-en videomakers die tweedehandse beelden tot nieuwe configuraties herschikken. Naast de obligate flarden Hollywood-klassiekers, wordt hiervoor evengoed geput uit bedrijfsfilms, telejournaals, home movies en andere audiovisuele noise uit de archieven van de voorbije eeuw. Deze beeldrecyclage levert niet alleen nieuwe verhalen op, maar vestigt ook de aandacht op wat systematisch wordt weggelaten en genegeerd. Of hoe een info-shock bij kunstenaars tot verrassende allianties van mediakritiek, kunst en entertainment kan leiden.
Het remixen van bestaande beelden is zeker geen nieuw fenomeen. De laatste jaren werd found footage echter weer actueel door de digitalisering van beeldarchieven. Beelddragers als 8 en 16 mm, pellicule of vhs zijn immers geen eeuwig leven beschoren. Zo bestaat bijvoorbeeld het risico dat er van onze kindertijd niet veel beelden zullen overschieten omdat vhs video uit de jaren tachtig al na een paar jaar sterk aan kwaliteit inboet. Massaal gaan digitaliseren lijkt momenteel de enige oplossing, terwijl ook harde schijven en serversystemen fragiele opslagsystemen zijn. Daarnaast zorgt de toevloed van video op internet via Youtube en co ervoor dat kunstenaars tegenwoordig geconfronteerd worden met een tsunami van videobeelden. Zo moet je als found footage filmmaker naast een begenadigd monteur, ook al een beetje media-archeoloog zijn.
De cinema, als het 20ste-eeuwse medium bij uitstek, is daarbij een grote bron van liefde en haat. Veel van de filmmakers uit het programma graaien gretig in de grabbelton van de filmgeschiedenis, als hommage maar ook om af te rekenen met het conservatisme en de vaak al te gemakkelijke driftbevrediging van de droomfabriek die cinema is. De haperende montages van Martin Arnold in Pièce Touchée zetten de mechanische herhaling van genrecodes uit de klassieke cinema bijvoorbeeld zeer uitdrukkelijk in de verf. Door extreme concentratie van de actie worden huiselijke scènes tot op het niveau van de frames ontleed. De personages lopen er overstuur bij, als gevangen in de technologie, op de rand van de psychose haast. Ook de registratie zelf ontsnapt niet aan het scalpel van Arnold’s montage: ze slaagt er niet in meer analyse en kennis te verschaffen. Een must-see uit het programma is ook Vampir Cuadecuc van Pere Portabella, die nooit eerder in België vertoond werd. Deze experimentele documentaire uit 1970 is eveneens gebaseerd op een bestaande film, Count Dracula, waarin een jonge Christopher Lee acteert in een regie van regisseur Jess Franco, die later nog de soft-erotische cultfilm Vampiros Lesbos zal maken. Scenes van Count Dracula wisselen af met behind-the-scenes shots van de gammele special effects, voorbereidende make-up sessies en off screen tijdverdrijf van de filmploeg. De overbelichte zwart-wit contrasten en de bevreemdende 'musique concrète' van Carlos Santos maken van Vampir Cuadecuc een esthetisch hoogtepunt voor wie houdt van de nostalgie van gedegradeerde filmkopijen.
Ken Jacobs’ The Doctor’s Dream uit 1978 is eveneens een herwerking van een bestaande film. Jacobs maakt in zijn montage korte metten met de causaliteitsprincipes van de klassieke cinema, wat een structuur oplevert die in principe veel getrouwer is aan de chaotische werking van ons denken en geheugen. The Doctor’s Dream is daarom niet enkel een hypnotiserende trip, maar ook een vorm van cinema-therapie. Jacobs staat ook niet voor niets bekend als een scharnierfiguur uit de naoorlogse experimentele filmwereld. In zijn Perfect film doet de filmmaker net het omgekeerde: de beelden van straatinterviews net na de moord op Malcolm X liet hij onaangeraakt omdat ze ‘perfect waren zoals hij ze vond’, bij manier van zeggen in de vuilnisbakken van een televisiestudio. Getuigen van de moord en journalisten proberen het gebeuren tot in het absurde toe te reconstrueren. “ I can’t give you the accurate number of gunshots”, zegt een getuige tenslotte.
Het citeren en recycleren uit de media en de cinema is daarbij een vorm van culture jamming: stukjes mainstream cultuur, maar ook avant-garde consumeren, onteigenen, verknoeien, misbruiken, verteren en herboetseren. Mediakritiek was in het verleden vaak de reden waarom kunstenaars found footage in hun films verwerkten, aldus Stoffel Debuysere, samensteller van ‘Ghosting the images’. Dat neemt niet weg dat het gebruik van found footage dat binnen zeer verschillende kunstenaarsoeuvres wordt ingezet, als medium. De gesofisticeerde collages van Peter Tscherkassky ontsprongen aan het moralistische maatschappijbeeld van een kunstenaar die steeds meer zal wegglijden in de schizofrenie, terwijl bij Kirk Tougas eerder een intellectueel spel gespeeld wordt.
Het programma met werk van Ken Jacobs, Arthur Lipsett, Kirk Tougas, Maurice Lemaître, Keith Sanborn, Naomi Uman, Martin Arnold, Abigail Child, Peter Tscherkassky, Pere Portabella, Morgan Fisher, Matthias Muller, Brian Frye, Lewis Klahr en anderensluit in zekere zin aan bij de tentoonstelling 'Re-Make / Re-Model' (Met o.a. Deimantas Narkevicius, Jean-Baptiste Ganne, Maroan El Sani & Nina Fischer, Matthias Müller & Christophe Girardet, ...), opgebouwd rond het her-contextualiseren van narratieven.
Sarah Késenne |