Dé referentie voor kortfilm

Ben Rivers: het einde lacht ons toe

Één van de centrale gasten op Courtisane 2012 was Ben Rivers (1972), een Londense cineast die opgroeide in het rurale Somerset. Sterk beïnvloed door science fiction literatuur, gaat zijn werk uit van een mogelijke catastrofe en de gevolgen daarvan. Rivers’ cinema kenmerkt zich door een luchtige aanpak van dat thema. Courtisane vertoonde dit jaar zijn eerste lange film Two Years at Sea (2011) over Jake, een vrolijk bebaarde man die zich afzondert in de Schotse wildernis. Verder zette het Gentse festival twee verrassingsprogramma’s op waarbij Rivers en Ben Russell carte blanche kregen, en huisde het de installatie And Someday, Somehow, Before the End, een samenwerking tussen beide cineasten.

De installatie bestaat uit drie schermen, in een driehoek opgesteld. Het beeld is zowel voor- als achterop de schermen te zien. In een raadselachtig bijschrift benadert de catalogus het werk als opeenvolging van ‘dood, transformatie en oneindigheid.’ Daarmee gewapend, is het moeilijk om aan een temporele interpretatie te weerstaan. Op het eerste scherm: een herspelen van middeleeuwse riddergevechten waarbij mannen in een bos elkaar met zwaarden te lijf gaan. Het beeld is rijkelijk verlicht, geeft te denken aan een viriel en heroïsch tijdperk en is aldus op het verleden gericht. Het tweede scherm toont de catastrofale dreiging die de mens vandaag boven het hoofd hangt: we zien een indringende close-up van een man die met betraande ogen een boshut aanstaart, terwijl het bouwwerk tot op de grond afbrandt. Het enige licht komt van de oplaaiende vlammen. Ten slotte zien we een verstild landschap, teruggebracht tot enkele donkere, horizontale lijnen: het postapocalyptische land van morgen, verstoken van elke menselijke aanwezigheid. De installatie loopt elke zes en een halve minuut en wordt begeleid door twee geluidsfragmenten die respectievelijk bij het eerste en het tweede scherm horen. Zes minuten dertig metalig gekletter afgewisseld met zes minuten dertig knisperend vuur en een intrigerende klaagstem.

Het strikte herhalen van de geluidsfragmenten, de driehoeksformatie waardoor je alle tijdsrichtingen in één blik kan overzien: And Someday, Somehow, Before the End stuurt aan op een mystieke ervaring. In interviews zinspeelt Rivers soms op deep time, een concept uit de geologie dat de tijd oprekt op een schaal van miljarden jaren. Elders geeft hij aan films te willen maken die enigszins ‘buiten de tijd’ staan. Die temporele oneindigheid is sterk aanwezig in zijn werk en gaat vaak gepaard met een zekere dreiging. Naarmate de installatie in de tijd vordert, trekt het licht zich terug. Ook in Two Years at Sea wordt het gaandeweg donker. Jakes zorgeloze bestaan wordt af en toe letterlijk overschaduwd door fameuze donderwolken, en Rivers voegde een akelig ghost ride shot in: op hitsige muziek schokt de camera pijlsnel door een griezelige landwegel. In de slotscène zien we Jake terneergeslagen en onderuitgezakt bij een kampvuur. Two years at sea wordt wel eens vergeleken met The Turin Horse, Béla Tarrs wanhopige vergankelijkheidskroniek. Rivers is inderdaad geïnteresseerd in een ondergangsscenario, of beter, in hoe de wereld er daarna zou kunnen uitzien. In Slow Action (2010) portretteert hij fictieve toekomstige eilanden met afgesloten gemeenschappen, ontstaan door het drastisch stijgen van het zeepeil.

Toch deelt hij Tarrs pessimisme niet, Rivers is geen zwartkijker. Het toekomstscherm van de installatie oogt opvallend sereen, en ook in Two Years at Sea lijkt Jake zich niet al te druk te maken: hij beluistert muziek of leest rustig een boekje in zijn fauteuil. Hij is geen misantroop die zich van een verziekte maatschappij afkeert. Hij is altijd druk bezig, rijdt met een auto en beschikt over een indrukwekkende muziekinstallatie. De film bevat een prachtige sequentie waarbij Jake met een zelfgemaakt vlot op het meer dobbert: hij ligt muisstil, heeft alle tijd van de wereld. Rivers kijkt dus niet weg van de catastrofe, maar treedt haar tegemoet met die curieuze mix van melancholie en zorgeloosheid. Het gaat hem niet om de nietigheid van de mens in het oeverloze universum, maar omgekeerd: zie de magie van deze kleine speldenprik op de immense tijdsschaal. Onverschilligheid valt hem ook niet te verwijten. Zijn werk getuigt eerder van een ingetogen, poëtisch verzet.

Dat verzet wordt doorgetrokken op technologisch niveau. Rivers weigert mee te stappen op de digitale golf, en houdt vast aan een analoge werkwijze. Hij filmt steevast op 16mm, veelal zelfs met een opwindbare Bolex camera. Zijn filmrollen ontwikkelt hij zelf in zijn pompsteen. Het geeft de beelden soms een erg wazig karakter mee, zoals enkele malen in Two Years at Sea: onduidelijke, maar intrigerende beelden, waarbij niet helemaal valt uit te maken wat er in feite te zien valt. Zodoende krijgt hij de analoge film voorbij traditionele representatie. Daarmee reikt zijn werk evenzeer voorbij het onderscheid tussen fictie en documentaire.

Op Courtisane beklemtoonde Rivers de notie spel, en de manier waarop hij met vastgeroeste grenzen goochelt om die vervolgens achter zich te laten, bezit inderdaad een zekere speelsheid. Johan Huizinga zag het spel als een gebruik dat, in een onttoverende wereld, het mysterieuze nog kon evoceren. Uiteindelijk is het bestaan één groot raadsel, een spel waaraan we allen deelnemen. Gedoemd om te verliezen, zeker, maar onderweg kunnen we die uitdaging met zwier aangaan. Het is dat ongedwongen samengaan van fataliteit en lichtvoetigheid waardoor Rivers’ cinema een bevrijdend en geruststellend effect heeft. Het spel houdt ons gaande, ook al is het nutteloos. En in een maatschappij die door ratio wordt gedomineerd is het nutteloze een charmante categorie.

In de zomer van 2012 wordt A Spell to Ward off the Darkness verwacht, een samenwerking tussen Rivers en Russell, waar And Someday, Somehow, Before the End al een voorsmaakje van gaf. Robert Lowe, die op Courtisane onder het pseudoniem Lichens een performance gaf, speelt de hoofdrol. Beide Bens gaan erin op zoek naar de mogelijkheid van spiritualiteit in een op begrijpen gericht wereldbestel.

Maarten Van den Bulcke