De wetenschappelijke documentaire is een heel apart genre binnen de filmgeschiedenis. Gemaakt voor studiedoeleinden, heeft het zich wars van economische dwang of esthetische trends ontwikkelt. Deze informatieve filmpjes bereiken dan ook maar zelden het grote publiek. Maar zoals elk genre creëert het ook zijn eigen buitenbeentjes die de grenzen aftasten en uitrekken. Science is fiction, dat was het credo van de Fransman Jean Painlevé, een miskende filmmaker die in de jaren 1930-40 niet minder dan 200 natuurfilms realiseerde. Zijn fascinatie ging vooral uit naar de bevreemdende wezens die onder water leven zoals het zeepaardje, de medusa of de garnaal, maar ook intrigerende fenomenen zoals bloedzuigende vleermuizen of vloeibare kristallen analyseerde hij met het mechanische oog van de camera.
Zijn voorliefde voor de meest fantastische wezens is voor een stuk ook te linken aan de nauwe banden die Painlevé onderhield met de surrealistische beweging. De kracht van Painlevé’s films ligt vooral in hun poëtische abstractie. Hij laat zich inspireren door de ongewone bewegingen en vormen van de dieren, het spel van het licht in het water. Regelmatig bejubelt hij in zijn commentaren ook de wonderen van het filmisch medium, dat ons toelaat bepaalde evoluties of groeiprocessen in enkele seconden te zien en met zijn microscopische visie een totaal nieuwe wereld onthult.
Samen met Apollinaire, Pierre Reverdy en vele anderen publiceerde hij het eerste en enige nummer van het tijdschrift Surréalisme in 1924. Filmakers Jean Vigo en Bunuel en de Duitse toneelschrijver Ivan Goll behoorden tot zijn vriendenkring. Samen met Edgard Varese zette hij zich bovendien fel af tegen de hardcore surrealisten die zich groepeerden rond André Breton, vooral het feit dat Breton muziek als een minderwaardige kunstvorm beschouwde leidde tot een definitieve breuk. Painlevé vertoonde zelf immers een bijzondere interesse in muziek, de inventieve soundtracks zijn één van de opvallendste kenmerken van zijn oeuvre. Met jazzdeuntjes, opzwepende big band of een streepje swing verleent hij de documentairebeelden een extra dimensie.
Het mag wel duidelijk zijn dat de wonderen van het dierenrijk niet op puur objectieve wijze worden geëxpliceerd. Niet geheel onterecht werd Jean Painlevé in wetenschappelijke kringen vaak bekritiseerd vanwege zijn antropomorfisme. De muziek maar ook de commentaren, die hij zelf schreef, voegen een dramatisch effect toe aan de beelden, zoals in zijn befaamde L’hippocampe waarin een vaderlijke bevalling een soort emotionele climax vormt. Maar de commentaren getuigen ook van een groot gevoel voor humor en ironie, dat in combinatie met het belerende toontje van de stem weer een typisch surrealistisch tintje heeft.
Om zijn films op onafhankelijke manier te kunnen produceren richtte Painlevé in 1930 Les Documents Cinématographiques op. Een organisatie die zich ook inzet voor de conservatie van het Franse filmerfgoed. Om zijn films te financieren trok hij binnen- en buitenland rond om lezingen te verzorgen. In de vroege jaren dertig stelde hij enkele compilaties samen met films van zichzelf maar ook van andere wetenschappers. Enkele van deze filmpjes waren op Courtisane te herontdekken. Ze zijn ook te vinden op een tweedelige compilatiedvd.
Ils Huygens |