Dé referentie voor kortfilm

Leve de wildcards!

Hoe het gaat met de Vlaamse film? Zozo, zal u zeggen. Er is redelijk wat productie en ook best wat binnenlands - regionaal, eigenlijk - publiek. Maar soyons sérieux, weinig kans dat ook maar één van de vijf ‘Nieuwe Vlaamse Films’ brokken zal maken in het buitenland.

Maar weet u wat? Binnenkort doen we dat wel. Want onze beloftenploeg is nu al aan het scoren. Met Carlo van Michaël Roskam. Romance van Douglas Boswell. Made in Italy van Fabio Wuytack. Vlaamse kortfilms, dus. In tegenstelling tot hun langere broertjes zijn die over de grenzen zeer gegeerd. Schijn van de Maan van Peter Ghesquire werd geselecteerd voor de competitie in Cannes, net zoals Jonas Geirnaerts’ Flatlife het jaar dààrvoor. Fait d’Hiver van Dirk Beliën werd genomineerd voor een oscar.

Reactie van het Vlaamse beleid, tot nader order uitgevoerd door het Vlaams Audiovisueel Fonds? Steunen, dat talent! En wel dadelijk. Peter Ghesquière werkt aan een nieuwe film. Michael Roskam rondt zijn laatste productie af. En op de recente editie van eindwerken-kortfilmfestival Het Grote Ongeduld kregen vier net uit de schoolbanken gerolde jonge talenten elk een Wild Card. Die werkbeurs van formaat (60.000 euro) mogen zij productioneel naar willekeur besteden. Kruimels, zullen de cynici onder u opwerpen. Goed beleid, hopen wij.

Want natuurlijk lever je niet per definitie een fantastische langspeelfilm af omdat je een succesvolle kortfilm hebt gemaakt. Hilde Van Mieghems De Suikerpot kreeg zeer terecht een ontzagwekkend aantal prijzen (17, toen we laatst controleerden), maar haar langspeelfilmdebuut De Kus brak een pak minder records. En twee jaar nadat hij op Leuven Kort triomfeerde met dJU!, leverde Rudolf Mestdagh met Ellektra een erg rommelig langspeeldebuut af.

Maar wat wilt u dan dat het beleid doet, behalve het verzekeren van meer financiële input, het stopzetten van de financiering van televisiereeksen, de promotie professioneler maken en de productieprocessen meer doeltreffend begeleiden (dat betekent: meer op het eindproduct gericht dan op zichzelf)? Genetische manipulatie inzetten om Vlaamse Almodovars of Von Triers te creëren? Zelfs als je de politieke redenering van het moment volgt - commercieel werk moet zoveel mogelijk door de privé-sector worden gefinancierd - is de productiesteun er net om jonge klasbakken kansen te geven. En dat is wat het VAF de laatste jaren méér dan ooit heeft gedaan.

De redactie van www.kortfilm.be had zo zijn bedenkingen bij de keuzes van de onafhankelijke jury’s die de Wild Cards uitreikten. Maar geruggesteund door de huidige hausse in publieksaandacht voor kortfilm, onderschrijven wij het principe van de Wild Card méér dan volmondig. Vlaamse film, die entertaint maar de broek niet tot op de enkels hangt om het publiek te behagen, die visueel en narratief kwalitatief is zonder de niet-cinefiele passant de zaal uit te jagen? Ze bestaat, in korte vorm. De Wild Cards zijn een eerste, aarzelende, maar wel effectief gezette stap om ook dat ook in lange vorm te doen. Wij wachten vol spanning. En genieten ondertussen gewoon van Vlaamse kortfilm.

Jan Sulmont