Wie even genoeg heeft van het overaanbod films kan in het kader van Almost Cinema even uitblazen in de gangen van de Vooruit waar tijdens de periode van het filmfestival, 9/10 tot en met 20/10, een video- en installatieparcours te bezichtigen valt. Liefhebbers van kinetische en hoogtechnologische (computer)kunst zijn zeker aan het juiste adres.
De gebruikte technologie wordt immers in de meeste installaties en video’s behandeld als een levend, uit zichzelf handelend wezen. Zo is er bijvoorbeeld de kinetische installatie Autogen van de Britse Peter Wiliam Holden waarin bewegend beeld, muziek en transformatie centraal staan. De 8 computergeleide paraplu’s die cirkelgewijs bevestigd zijn aan de muur, dansen op de tonen van Busby Berkeley’s Singin in the Rain, dankzij elektrische kabels die verbonden zijn met een centrale computer. Met deze installatie wil Peter Wiliam Holden het omgekeerde van het origineel tonen namelijk alledaagse paraplu’s die zich transformeren tot prima ballerina’s in plaats van gechoreografeerde dansers die machinale bewegingen uitvoeren.
Ook in de installatie van Els van Riel, genaamd 5 Screens, wordt de grens tussen het technische en het menselijke opgezocht. In de halfdonkere ruimte zien we enkele 16mm projectoren tastbaar opgesteld staan. Zij belichten vijf grote aaneengeschakelde projectieschermen waarop we de pure structuur van een filmspoel te zien krijgen, licht wordt afgewisseld met schaduw en zo wordt een bewegend spel van lijnen gecreëerd.
Een andere rode draad die we kunnen bespeuren is de fysieke connectie tussen beeld en geluid, de als autonome wezens opgevatte apparaten produceren hun eigen soundtrack en ondersteunen de getoonde beelden met hun typisch geluid.
Het Britse tweemansproject Semiconductor maakt handig gebruik van deze mogelijkheid en hermonteert beeld en geluid in het project All the time in the World. De digitaal geanimeerde beelden tonen de miljoenen jaren lange creatie en vorming van het woeste landschap in het engelse Northumbria en creëren als het ware een fictieve documentaire die vanwege de keuze voor geanimeerde beelden de tijd overstijgt. De verschuivende en bewegende landschappen trillen mee met de pulserende soundscape van de seismografische storingen.
Meer van dit in Slide Movie van Gebhard Sengmüller waar 24 projectoren een verknipte, tot dia’s herleide, tweederangsgangsterfilm tonen. De rudimentaire, robotachtige knip-en plakfilm wordt voortgestuwd door het non-stop geklik van de projectoren waardoor hun centrale aanwezigheid moeilijk kan genegeerd worden. In deze installatie, net als in de hierboven vernoemde werken, wordt iedere vorm van illusie doorbroken en krijgen we een technisch verhaal te zien in plaats van meegezogen te worden in de magische wereld van de cinema waar alle technische apparaten netjes achter glas staan en zo aan het zicht van de toeschouwer onttrokken worden. De lijn tussen fictie en realiteit wordt, in tegenstelling met de wereld van de echte cinema, doorbroken.
Ook in Passageway van Julia Willms wordt het verschil tussen fictie, of een imaginaire wereld, en realiteit erg klein, haar op maat gemaakte video-installatie laat de gangen van de Vooruit groter lijken dan ze in werkelijkheid zijn en kan met één enkel projectiescherm een trompe l’oeil effect bereiken dat de ruimte in een constante staat van transformatie en optische illusie laat baden.
In Stereorama van het Italiaanse Zimmerfrei tenslotte zien we een soort moderne viewmaster staan, drie kijkdoosjes die het zelf bedenken van een verhaal proberen te stimuleren, ze proberen de fantasie en het inlevingsvermogen van de toeschouwer op te wekken door drie onafhankelijke maar toch aan elkaar gelinkte stilstaande beelden te tonen, een proces dat ze proberen versterken door repetitieve geluiden bij de beelden te plaatsen die de verbeelding van de toeschouwer in een bepaalde richting kunnen duwen.
Doorheen de hele expo wordt er dikwijls gegoocheld met de woorden absurd, bevreemdend, magisch, absurd, abstract, reëel maar dit zijn helaas begrippen die snel worden gebruikt en zeker wanneer er niet veel meer valt te zeggen want hoewel het merendeel van werken op de expo op een originele manier met de technische aspecten van een creatie omgaat, kunnen ze dit aspect niet overstijgen en krijgen we louter de kans om een blik achter de schermen te werpen.
In werken zoals Autogene en 5 screens is de techniek te zichtbaar waardoor de sfeer van magie moeilijk kan opgeroepen worden, een sfeer die in andere werken zoals The Heebie Jeebies Perilous Picnic (een installatie die niet op de expo van Almost Cinema te zien is maar wel op de website van Peter Wiliam Holden) veel duidelijker aanwezig is, hier kunnen de toeschouwers de monsterachtige robots zelf laten dansen waardoor ze niet enkel kijken naar een technisch hoogstandje maar de touwtjes zelf in handen hebben om de link met het magische te leggen. Ook Semiconductor slaagt er met zijn iets te duidelijk geanimeerde beelden niet in om meer te verwezenlijken dan een ludiek computerspel, hopelijk kunnen ze meer tot de verbeelding spreken met hun performance Sonic Inc + Brilliant Noise die op vrijdag 19/10 te zien is in de Vooruit.
Wie graag de werking van een technisch apparaat op speelse wijze voorgeschoteld krijgt hoeft niet langer op zoek naar een gelegenheid maar wie denkt dat de betovering van de cinema ook hier tot leven zal komen moet in het achterhoofd houden dat het slechts Almost Cinema is.
Carmen van Cauwenbergh |