Dé referentie voor kortfilm

Almost Cinema: geen beeld zonder wetenschap

En geen cinema zonder Almost Cinema dus ook dit jaar mocht de Vooruit weer enkele jonge mediakunstenaars verwelkomen tijdens het Filmfestival van Gent. Wie al een beetje vertrouwd is met het concept weet dat, naast de performances en concerten, de tentoonstelling ondertussen een vaste waarde in het programma is geworden. Dit jaar palmden kunstenaars niet alleen het gebouw zelf in maar lieten ze de bezoeker ook buiten op zoek gaan naar hun werk.

Almost Cinema, het experimentele luik binnen het festival, geeft nu al enkele jaren op rij jonge mediakunstenaars de kans om werk voor te stellen dat het publiek op een andere manier met het begrip cinema confronteert. Met hun non-conformistische audiovisuele kunst en installaties laten ze de bezoeker op een andere manier kijken, geen verhalen met een chronologisch verloop maar experimenten die de intentie hebben om het kijken in vraag te stellen of het vanuit een andere invalshoek te benaderen.

Wie zijn tocht van start liet gaan in het gebouw zelf, werd eerst naar het werk Spin van Bram Vreven geleid. In een kleine, donkere kamer toont hij enkele schermen met niets meer dan beelden van tollende lijnen, ieder op hun eigen ritme. Minimalistisch en abstract in hun opzet en voor wie niet de moeite neemt een kijkje te nemen achter de schermen waarschijnlijk compleet nietszeggend. De nieuwsgierige bezoeker vindt hier echter een glazen kast terug met daarin enkele ballen die mechanisch gedraaid worden en kan hierdoor de beelden zelf in een andere context plaatsen.
In het kader van cinema kunnen we deze beelden zien als de absolute essentie, tollende beelden die de veruiterlijking zijn van beweging, ritme, de combinatie van pure wetenschap en de poëtische vertaling daarvan. Het concrete object dat getransformeerd wordt tot een gemanipuleerde en gevarieerde abstractie dat het puur concrete overstijgt en zijn bezoeker daardoor laat geloven in iets anders, de eigen verbeelding in werking brengt. Spin toont ons de wetenschap en het proces hiervan achter de magie van het bewegend beeld zonder daarbij het beeld an sich uit het oog te verliezen of het wetenschappelijke aspect de bovenhand te laten nemen.

Een verdieping hoger krijgen we ook mechanisch aangestuurde ballen te zien maar deze keer in kartonnen dozen. In Prepared dc-motors in cardboard boxes speelt de verbeelding zich in eerste instantie niet af op het visuele niveau maar op het auditieve. Een ruimte gevuld met opeengestapelde kartonnen dozen die ieder een door een dc-motor, mechanisch aangestuurd balletje bevatten. Elk in een ander tempo tikken ze tegen de wanden van de verschillende dozen. Eerder dan in een ruimte van de Vooruit waan je je op het perron van een station terwijl er enkele treinen voorbij denderen. Net als bij Bram Vreven speelt bij de Zwitserse kunstenaar Zimoun het mechanische een prominente rol maar deze laatste zoekt meer aansluiting bij het herkenbare en met zijn installatie appelleert hij aan ons collectief geheugen. Met de meer dan 200 dozen palmt hij de volledige ruimte in en weet hij een muzikale omgeving te creëren die de bezoeker volledig opslorpt. De verbinding van zintuiglijke beleving en wetenschap zet zich ook verder bij de bezoeker. Door de auditieve herkenbaarheid komt het visuele aspect automatisch bovendrijven; het geluid van de tikkende balletjes tegen de wanden, spreekt meteen onze associatieve verbeelding aan en in plaats van een aanwezig beeld, krijgt iedereen de kans om zijn eigen film te creëren en visualiseren.

Bij Kerstin Ergenzinger gebeurt het omgekeerde, op de bijna hoogste verdieping, liggen enkele licht bewegende, grijze vellen over elkaar gestapeld. De gelijkenis met een golvende zee, en dus het visueel herkenbare, is niet veraf maar wanneer we dichterbij komen, zien we dat ook hier de bewegingen motorisch worden aangestuurd. Het programmablaadje leert ons dat het ritme van deze installatie, Studien.zur.Sehnsucht, wordt bepaald door een seismograaf die de trillingen van de aarde en de voetstappen van de bezoekers opmeet. Algauw probeert het publiek het ritme te sturen door al stampend met de voeten rond de installatie te wandelen maar die laat zich niet manipuleren en volgt onverstoord het eigen ritme. Met haar installatie geeft Kerstin gestalte aan wat zich diep onder het oppervlak afspeelt en hoe de mens daar invloed op wil uitoefenen. Het publiek aanschouwt maar tracht ook te beïnvloeden.

Wanneer we de Vooruit verlaten en de kleine ruimte ernaast, de snoepwinkel, betreden, botsen we op de prominente aanwezigheid van een scherm, opgebouwd uit 43.000 handgemaakte kleine vlakjes, zelfvervaardigde pixels. Voor het scherm staat een roterende kleurfilter opgesteld die de verschillende vlakjes in beweging brengt en zo het gekende sneeuwbeeld tot stand brengt. Wim Janssen maakt deel uit van de WERKTANK, een nieuwe werkplaats voor mediakunst in Vlaams Brabant en mocht zijn istallatie, Static, reeds voorstellen in Dortmund op de E-culture FAIR. Waar de andere installaties van de tentoonstelling nog een link zochten met een meer poëtisch aspect, ligt hier nog meer de nadruk op het onderzoek. Op een eenvoudige manier toont Wim Janssen aan hoe beweging tot stand komt en hoe het menselijk oog dat waarneemt. Beweging herleid tot zijn absolute essentie.

Ook een oude getrouwe is CREW, een gezelschap dat de grens bewandelt tussen kunst en wetenschap en met zijn installaties de nieuwste technologieën ontwikkelt en integreert. Dit jaar presenteerden ze Bolscan, een boog opgebouwd uit zes schermen die handmatig kan bewogen worden. Degene die de boog hanteert, moet zelf de gefragmenteerde blik sturen en bepaalt dus ook zelf welk totaalbeeld hij of zij te zien krijgt. Dit totaalbeeld dat 360° bestrijkt, wordt op voorhand gefilmd maar de montage ervan wordt bepaald door degene die de boog bestuurt. Geen klassiek beeldverhaal en dus geen opgedrongen montage. Op die manier bepaal je voor een deel zelf de realiteit waar je instaat.

Als laatste onderdeel van de Almost Cinema tentoonstelling mocht Pablo Valbuena zijn nieuwste lichtsculptuur voorstellen: N 51°2’50”E 3°43’42” uit de reeks Urban installations. De achtergevel van het Rectoraat van de Universiteit Gent deed dienst als projectiescherm. Lijnen worden in de verf gezet, ramen worden bijgetekend en het gebouw in het zijn geheel getransformeerd tot een geanimeerde nieuwe werkelijkheid die de reële architectuur vervangt. Pablo Valbuena weet enkel met lichtprojecties een geheel nieuwe realiteit tot ontwikkeling te brengen die zich voor onze ogen ontplooit.

Almost Cinema laat ons door haar parcours heen anders kijken naar enkele belangrijke elementen van cinema; ritme, beweging, manipulatie (of montage) en associatie zijn er slechts enkele van. Ieder op hun beurt worden ze in één van deze installaties vanuit een andere invalshoek belicht. Door de link te leggen met het wetenschappelijke aspect wordt er ook gefocust op het proces achter het creëren van een beeld en wordt het concept cinema opengebroken. Hierdoor komen de bouwstenen van cinema zelf aan de basis te liggen van een abstractere benadering of uitwerking van de alternatieve visies.

Meer nog dan andere jaren wordt het onderzoek zelf geïntegreerd in de verschillende werken. Hoe een werk tot stand komt, wordt ook getoond en maakt integraal deel uit van het eindresultaat of de fase binnen het gehele onderzoek. Hierdoor word je als bezoeker nauwer bij de installaties betrokken en kan je gemakkelijker doordringen in deze niet altijd even hapklare werken. Anders kijken naar beelden of stilstaan bij de bouwstenen van een anders zo evidente kwestie als cinema vraagt geduld en inspanning maar wie de moeite en de tijd neemt om deze installaties in zich op te nemen, zal een beter zicht krijgen op de gelaagdheid die achter elk van hen schuilgaat.

Carmen van Cauwenbergh